Sicco Veenstra: fascinatie voor vogels

NIJLAND - Twee van zijn vogels werden onlangs wereldkampioen, hij is voorzitter Vogelvereniging Bolsward en Omstreken (BEO) en al ruim vijftig jaar bezig met de diertjes. Sicco Veenstra (64) mag met recht een vogelaar genoemd worden.

Het gaat zelfs zo ver dat hij en zijn vrouw om de vogels verhuisd zijn van Bolsward naar de rand van Nijland. Meer ruimte. En: geen directe buren. Dus kunnen bijvoorbeeld de Aziatische parkieten zich uitleven. Die maken namelijk aanzienlijk meer lawaai dan de Australische soortgenoten, vertelt Veenstra. Een wandeling langs de volières leert dat hij gelijk heeft.

Verder is het letterlijk een bonte verzameling van kleine en grote vogels. Zo’n tweehonderd in totaal, schat hij.

De aanloop naar zijn huidige verzameling begint vijf decennia geleden. ,,Op mijn veertiende. We hadden thuis geiten, konijnen en kalkoenen, maar ik kreeg interesse in kanaries”, vertelt Veenstra, toen is het vogelvirus ontstaan. ,,Ik weet ook niet hoe het kwam, maar het is er nog steeds. Ik ben het nooit kwijtgeraakt.”

Die interesse nam een vlucht en breidde zich steeds verder uit. Tot een achtertuin vol vogelkooien. Voor nieuwe vogels struint hij regelmatig op Marktplaats of speciale sites. Daarbij moet hij wel rekening houden met steeds strenger geworden regelgeving. Een goede zaak, vindt Veenstra. De wereldwijde vogelhandel is er helaas nog steeds, er gaat heel veel geld in om, vooral in de illegale handel.,,De tijd dat je met een bus vol vogels de grens over kunt rijden is voorbij.” Van dergelijke cowboypraktijken heeft hij zich nooit bediend. Alle vogels zijn gechipt of geringd.

,,Het bezit is mooi, maar het fokken is mooier”, noemt Veenstra een ander belangrijk aspect. Dat vergt soms wiskundige precisie. Doel is om een match te vinden en zo een nieuwe kleur te krijgen. ,,Kleur is heel modegevoelig”, legt de vogelaar uit. ,,Als een kleur ‘uit’ is, raak ik de vogels niet meer kwijt.”

Voor twee van zijn topexemplaren is dat beslist niet van toepassing. Een kwartel en een parkiet uit zijn stal werden onlangs op de COM-Wereldkampioenschappen voor volièrevogels bekroond met goud. 14 dagen lang waren de IJsselhallen in Zwolle omgetoverd tot een enorme vogelkooi, waar 25.000 gesnavelde diertjes van over de hele wereld beoordeeld werden. Inzenders uit 38 van de 48 aangesloten landen deden hier aan mee.

Onlangs werden hij en twee prijswinnende verenigingsgenoten voor die prestaties gehuldigd op de ledenavond van BEO, de vereniging waar hij al tien jaar voorzitter van is. Normaal is Veenstra juist degene die de onderscheidingen uitreikt. Sinds de oud-politieman drie jaar geleden met pensioen ging, is hij ook districtsvoorzitter van Friesland namens de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV) geworden.

In die hoedanigheid houdt hij zich onder meer bezig om nieuwe leden te interesseren. ,,Ik reik elke week wel een speld uit aan iemand die vijftig of zestig jaar lid is.” In het aantal jubilarissen van dien aard zit ‘m meteen de crux. Want hoewel de vogelaars vaak trouw zijn, is het lastig om het ledenbestand van onderop aan te vullen. De vereniging in Bolsward kent bijvoorbeeld 66 leden, waarvan slechts twee jeugdleden zijn. En dat ondanks aanmoedigingen van de voorzitter: ,,elk jeugdlid krijgt van mij een stel vogels.”

Met behulp van studenten van de Universiteit van Amsterdam wordt nu landelijk gewerkt aan een plan om de jeugd warm te maken. ,,De interesse wordt minder”, luidt vooralsnog zijn simpele conclusie van het afnemende aantal. ,,Beginnende liefhebbers hebben zich aan nogal wat regels te houden.” Landelijk zijn nu zo’n 25.000 leden aangesloten bij de NBvV, waar dat aantal eind vorige eeuw rond de 37.000 lag. ,,Maar wereldwijd zijn we nog steeds de grootste vogelbond.”

Desondanks vindt hij het bestuurlijke werk niet erg. ,,Ik ben een verenigingsmens. Kun je ‘t over je hobby hebben. En er ontstaan ook vriendschappen.” En de vladderende vrienden? ,,Die zorgen voor een stuk ontspanning. Geven rust. Even de vogels verzorgen”, besluit Veenstra.

Yme Gietema.