COLUMN | Randje

Onlangs werd mijn aandacht ongewild getrokken door een schokkend tafereel op televisie. Twee vrouwen, van wie er eentje bijna zichtbaar stonk naar rijstwafels, hadden zich in een keuken die bio en duurzaamheid ademde, opgesteld bij een koekenpan. De rijstwafel met een pollepel in de hand, de andere vrouw met een microfoon.

In de pan onderscheidde mijn gastronomisch oog al snel een paar plakjes aardappel. Naast elkaar gerangschikt, zodat er niet meer dan één aardappel in de pan kan hebben gelegen. Het vuur was net wel, net niet aan, want heet was de pan allerminst.

Toen begon de rijstwafel de partjes aardappel onhandig met de houten pollepel om te draaien. Net op tijd, zo begreep ik, want ze mochten vooral niet bruin worden. Bruine randjes mogen niet meer, zei de rijstwafel. Want bruine randjes resulteren tegenwoordig al heel snel in een zwart randje op je rouwkaart.

Van bruine randjes ga je dood. Net als van rood vlees, bespoten sperziebonen uit Afrika, buikspek, whisky, en gehakt vlees. Desondanks eet en drink ik, net als de meesten van u, het hele rijtje vergif met groot genoegen. En ooit ga ik eraan dood. Ooit, maar nu nog niet hoop ik.

En tot het zover is, vier ik het leven en eet ik aardappelen met een bruin randje. Het liefst nog met wat mayonaise erop; dat vind ik namelijk al vijftig jaar heel lekker. Maar rijstwafels vind ik vies. Ze stinken en ze smaken naar uitgewerkt frituurvet. En sommige mensen die rijstwafels eten, spelden mij culinaire onzin op de mouw. Wist u trouwens dat rijstwafels vol arseen zitten?

Ruben Korfmaker.