Bolswarder zaken….(369)

Bolsward - We vervolgen onze wandeling door het oude Bolsward op de Appelmarkt. De stadsgidsen Jan Keuvelaar en Peter Mulder staan stil bij de verschillende panden en stellen u voor aan de eigenaren en bewoners door de eeuwen heen.

  Appelmarkt 16 (Jensen family shop) Ter voorbereiding van de in 1901 te houden nationale schilderstentoonstelling in de Amicitiatuin aan het Hoge Bolwerk werd een commissie in het leven geroepen die allereerst tot taak had het benodigde kapitaal bij elkaar te brengen. Zeven Bolswarders en drie Snekers vormden het comité en het zal u niet bevreemden dat Eisma als voorzitter optrad. De commissie slaagde met verve in het voornemen. Het nationale karakter van die tentoonstelling  bleek uit de aandacht die diverse kranten er aan besteedden. Naast de provinciale bladen deed De Telegraaf verslag van de opening: “Toen de nodige stilte was gekomen, stond de heer C. W. Eisma, wethouder der gemeente Bolsward en voorzitter van de “Vereeniging ter bevordering van Handel en Nijverheid” en van de Tentoonstellingscommissie, op, en sprak de openingsrede uit”. Het Algemeen Handelsblad meldde: ”De schildertentoonstelling te Bolsward is geopend. Het is de eerste tentoonstelling van die omvang op dat gebied in Nederland.” Een man zonder hobby’s? Dat gold zeker niet voor Cesar Eisma. Hij was lid van het algemeen bestuur van de Nederlandse Kolfbond. De Kolfclub “Bolsward” hield op 9 september 1901 de landelijke jaarvergadering in Bolsward. Eisma werd herkozen in het bestuur. Er deden 13 verenigingen mee aan de wedstrijden, die op dezelfde dag werden gehouden. In oktober 1901 werd een commissie ingesteld met het doel een betere vaarweg vanaf Harlingen naar de Zuidwesthoek te bevorderen. Van de vier steden Harlingen, Bolsward, Sneek en IJlst werden vertegenwoordigers in deze commissie benoemd. Voor Bolsward waren dit: J.H. Kingma, C.W. Eisma en de burgemeester C.J. van der Veen. Het bestuur van de commissie “ter verbetering van de provinciale waterwegen” bestond uit de laatstgenoemde twee en de heer Carstens uit IJlst. Ook in de provinciale politiek blies Eisma zijn partijtje mee. Op 6 januari 1902 pleitte hij te Leeuwarden in een vergadering van het voorlopig comité voor de organisatie van een Friese afdeling van de Vrijzinnige Democratische Bond (een verre voorloper van de huidige VVD) voor de uitgave van een eigen weekblad. Als wethouder was Eisma ook voorzitter van de gascommissie, de raadscommissie die toezicht hield op het reilen en zeilen van de plaatselijke gasfabriek. De fabriek werd bezocht door de arbeidsinspectie. Geconstateerd werd dat in het gebouw geen toilet aanwezig was zoals volgens de inspecteur voorgeschreven was in de Veiligheidswet: “voor personen, die geregeld in zeer warme lokalen arbeid verrichten, moeten de privaten en urinoirs tochtvrij en binnen door te bereiken zijn”. De kantonrechter legde de directeur van de fabriek een boete op van ƒ 15,00, subsidiair 10 dagen hechtenis. Hij ging hiermee niet akkoord en kwam in hoger beroep. Als getuigen bij dit beroep waren Eisma en de stoker Foeke Wijnia opgeroepen. Eisma sprak van een doorgaans niet zeer warm lokaal en Wijnia verklaarde, dat de warmte zeer werd getemperd, wijl de deuren altijd open stonden. De stokers hadden daarvan geen hinder en waren altijd gezond. Van de twaalf uren per etmaal werkten zij slechts viermaal een halfuur bij de retorten. De overige tijd werd aan andere bezigheden besteed, waarvan één uur aan 't vuurschoonmaken. De ingehuurde advocaat stelde dat de eis voor een grote fabriek zich liet begrijpen; maar niet voor een fabriek als te Bolsward, een notedop, “een ding van niks”. Een stoker had nu zelf verklaard, dat van geregelde arbeid in een zeer warm lokaal geen sprake was en die wist het toch beter dan mijnheer de Inspecteur. Conclusie: vrijspraak.(Wordt vervolgd.)   Wilt u reageren op Bolswarder Zaken: Peter Mulder, It Heech 7, 9035 AD Dronrijp, 0517-233214 of 06-34015075 (mulder.dronrijp@upcmail.nl).   Onderschrift foto: Impressie van de schilderstentoonstelling in 1901.