Bolswarder zaken….(365)

Bolsward -  De stadsgidsen Jan Keuvelaar en Peter Mulder staan stil bij de verschillende panden en stellen u voor aan de eigenaren en bewoners door de eeuwen heen.

  Appelmarkt 16 (Jensen family shop) Naast het beroep van fabrikant was Wopke Brouwer ook gemeente-ontvanger, dit op basis van de in 1851 ingevoerde, door Thorbecke ontworpen Gemeentewet. Om het ambt te mogen uitoefenen moest de benoemde ten behoeve van de gemeente een borgsom storten. We komen Wopke ook tegen als boekhouder van het predikantenfonds van de Doopsgezinde Gemeente van Bolsward. Brouwer werd in 1865 weduwnaar. In de Leeuwarder Courant van 2 augustus 1867 lezen we het volgende: “De Ondergeteekende berigt bij deze, dat hij zijne Patentoliefabriek en handel in andere Oliën heeft overgedragen aan zijn Zoon H.W. Brouwer; Bolsward 1 augustus 1867 W. Brouwer Dz./ Naar aanleiding van bovenstaande, recommandeert Ondergeteekende zich tot het leveren van alles betreffende genoemde Fabriek enz. Bolsward, 1 Augustus 1867. H.W. Brouwer”. Vanaf dat moment is Wopke nog bijna 15 jaar als gemeenteontvanger werkzaam tot hij op 21 april 1882 op 82-jarige leeftijd overlijdt. Hendrikus Brouwer was bij de overname van het bedrijf 35 jaar oud, nog ongehuwd en inwonend bij zijn vader. Hij verdiende voor de overname de kost als commissionair. Volgens de gids van historische beroepen is een commissionair iemand die op eigen naam voor rekening van een ander tegen betaling of op basis van provisie zaken van koophandel verricht. Het meest bekend is de commissionair in effecten, die voor rekening van anderen effecten koopt en verkoopt. Af en toe bood Hendrikus zijn negotie, zijn beroep staat vermeld als olieslager, via een advertentie te koop aan. In de Leeuwarder Courant van 5 juli lezen we: “Versche murwe LIJNKOEKEN zijn steeds in voorraad aan de Olieslagerij van H. W. BROUWER. Bolsward.” Om een beeld te krijgen van het nut van een olieslagerij het volgende: De olie-industrie behoorde tot de primaire veredelingsindustrie. De belangrijkste grondstoffen waren lijnzaad, koolzaad, raapzaad en vethoudende stoffen zoals cacaovet en kokosvet. Voor de oliebereiding werden de zaden en vruchten eerst gezuiverd, gemalen en vervolgens geperst. Dit kon gebeuren door 'koud' (of zacht) of 'warm' persen. Na veredeling van de grondstoffen ontstond de grondstof olie, die verwerkt werd in onder andere: verf, zeep, lamp- of smeerolie, patent-, bak- en boterolie. De massa die na het persen overbleef bevatte behalve de olie ook nog belangrijke voedingsstoffen. Deze werden verwerkt in een restproduct: de veekoek (lijnkoek). De gunstige stand van de veehouderij in Nederland garandeerde een goede afzet van dit product. Een koe kreeg twee koeken per dag. Deze waren bedoeld als krachtvoer ter aanvulling op het gras 's zomers en het hooi in de winter. De olieslagerijen zetten de lijnkoeken als merkartikel met een gegarandeerde kwaliteit op de markt. Olieslagerijen waren in feite naast olieproducenten dus mede veevoederbedrijven. Uit lijnolie werden drie soorten lijnkoeken gemaakt: murwe, halfzachte en harde. De verschillen kwamen tot stand door de duur van het persen en in de molen door het aantal slagen (aantallen voor- en naslag). De harde koeken bevatten minder eiwit omdat de olie er bijna volledig werd uitgeperst. De murwe hadden het hoogste vetgehalte. Het gewicht per koek bedroeg ongeveer 1 kilo. In Bolsward was de olieslagerij van Kingma (op de plaats van de latere HMS) een begrip. Tot zover dit korte uitstapje naar de olieslagerij. Hendrikus trouwde op 25 augustus 1880 met Akke Rintjema , de 42-jarige weduwe van Broer Cuperus, drukker en uitgever van een voorloper van dit nieuwsblad. (Wordt vervolgd.) Wilt u reageren op Bolswarder Zaken: Peter Mulder, It Heech 7, 9035 AD Dronrijp, 0517-233214 of 06-34015075 (mulder.dronrijp@upcmail.nl).