Bolswarder zaken….(364)

Bolsward -  We vervolgen onze wandeling door het oude Bolsward op de Appelmarkt. De stadsgidsen Jan Keuvelaar en Peter Mulder staan stil bij de verschillende panden en stellen u voor aan de eigenaren en bewoners door de eeuwen heen.

Appelmarkt 16 (Jensen family shop)

In de Leeuwarder Courant van 18 december 1802 kwamen wij de volgende advertentie tegen: “Heden namiddag, byna 5½ uur, overleed myne geliefde Huisvrouwe MARYKE BOUMA, oud zynde 29 Jaaren 4½ Maand, aan de gevolgen eener Borst Ziekte, welke een einde aan haar jeugdig en voor my zo dierbaar leeven maakte; een verlies zo smertelyk, met wien ik omtrent 6½ Jaar gehuwd was, my als dierbaare Liefde panden 3 Kinderen nalaat. — Ik zwyge echter den Alwyzen, hoopende dat hy u allen voor smertelyke Sterfgevallen bewaare, en met my onder de rampen deezes leevens krachtig vertrooste. Bolsward, Dk. BROUWER, den 18 December 1802.” Dirk bleef niet lang weduwnaar, in april 1804 hertrouwde hij met Remelia, een dochter van Taco Mesdag (advocaat wonende aan de Grote Dijlakker), zij was toen 22 jaar oud. Remelia overleed, 33 jaar oud, op 22 juni 1815. Waarschijnlijk kon Brouwer na zijn verhuizing naar Bolsward van zijn kapitaal leven. In het kohier van de belasting op de huurwaarde van gebouwde eigendommen uit 1822 staat hij vermeld als rentenier. Dirk overleed op 21 december 1825. Kinderen van hem bleven in het pand wonen. Eigenaar werd Wopke een zoon uit het 1e huwelijk. Hij trouwde op 21 mei 1826 met Dieuwke Mesdag een jongere zuster van zijn 10 jaar eerder overleden stiefmoeder. Overigens trouwde zijn broer Henderikus op dezelfde dag met Sara Cremer, dochter van Jan Cremer Pzn. Deze broer kwamen wij eerder tegen bij de beschrijving van het rechterdeel van nr. 15 (thans deel Hema). Wopke Brouwer was tabaksfabrikant van beroep. Verder bleek hij een patentoliefabriek te hebben geëxploiteerd en een handel in andere oliën te hebben gedreven. In 1827 was hij benoemd tot voogd van het “Stads-Armenhuis” en een jaar later werd hij de penningmeester van dat huis. Later vanaf 1855 was hij de voorzitter van het college van armvoogden. Zo tussen 1845 en 1850 jaren kwam er uit Dronrijp een neefje bij zijn oom Wopke en tante Dieuwke op bezoek en hij bleef daar tijdens de vakanties vast ook logeren. Zijn moeder Hinke Brouwer was een zuster van Wopke en getrouwd met Pieter Tadema, de notaris van Dronrijp. Het neefje luisterde naar de naam Lourens Alma Tadema en was 8 januari 1836 geboren. Hij ging in Leeuwarden naar school en volgde later in Antwerpen een opleiding tot kunstschilder. Na bijna tien jaar in België werkzaam geweest te zijn vertrok hij naar Londen. Hij was een van de meest gerenommeerde schilders van het laat 19e-eeuwse Groot-Brittanië. In 1899 werd hij in de adelstand verheven en ging verder als Sir Lawrence Alma-Tadema door het leven. In 2016 zal het Fries Museum een overzichtstentoonstelling aan zijn werk wijden. Dat Wopke Brouwer tot de notabelen van Bolsward behoorde, bleek ook uit zijn benoeming door de Gouverneur van Friesland, de aanduiding voor wat thans de Commissaris van de Koning is, tot zetter ingaande het dienstjaar 1849/1850 in de plaats van Regnerus Piekema, die naar elders was vertrokken. De zetters waren vertrouwensfiguren die samen met de inspecteur van de directe belastingen voor een eerlijke belastingheffing zorgden. In Bolswarder Zaken 354 over het ten oosten gelegen pand, eveneens eigendom van Wopke Brouwer Dz., zijn we al uitgebreid ingegaan op de betekenis van de zetter. (Wordt vervolgd.)  Wilt u reageren op Bolswarder Zaken: Peter Mulder, It Heech 7, 9035 AD Dronrijp, 0517-233214 of 06-34015075 (mulder.dronrijp@upcmail.nl).