Bolswarder zaken….(368)

Bolsward - We vervolgen onze wandeling door het oude Bolsward op de Appelmarkt. De stadsgidsen Jan Keuvelaar en Peter Mulder staan stil bij de verschillende panden en stellen u voor aan de eigenaren en bewoners door de eeuwen heen.

  Appelmarkt 16 (Jensen family shop) Het slikgeld waarnaar in de vorige bijdrage werd verwezen, was een belasting op het tot turf verwerken van veengrond, om daarvan de uitgaven te kunnen betalen van het weer droogleggen en in cultuurgrond omzetten van de door vervening ontstane plassen. De lof voor de broers werd jammer genoeg voor hen niet direct vertaald in geld. De provincie ging dwars liggen en pas na 15 maanden en ingrijpen door de Kroon, waar de Eisma’s beroep hadden aangetekend, werd de gemeente Weststellingwerf gemachtigd om tot uitbetaling van de slikgelden over te gaan.De bestuurder Eisma verdiende ook op het gebied van het waterbeheer zijn sporen. Uit de Leeuwarder Courant van 11 augustus 1899 blijkt dat hij herkozen was als volmacht in het bestuur van het waterschap “Wonseradeels Zuiderzeedijken”. Ook in de politiek blies Eisma zijn partij mee. Hij blijkt in totaal ruim 32 jaar lid van de gemeenteraad van Bolsward te zijn geweest en acht jaar wethouder.  Rond 1900 was er nog lang geen sprake van wettelijke weduwenzorg. Maar door particulier initiatief werd er een vorm van financiële steun gegeven door het “Bolswardsche Weduwenfonds”. Uit het verslag over 1899 blijkt dat 23 weduwen een bijdrage ontvingen van gemiddeld ruim ƒ 100,00 per jaar. De voorzitter van dit fonds, dat 50 jaar bestond, was de heer C.W. Eisma, hij was de opvolger van de naar Den Haag vertrokken ds. M.E. van der Meulen, predikant van de Martinikerk. Het kapitaal van het fonds was verkregen door contributies en vrijwillige schenkingen.Op 12 juni 1900 werd de algemene aandeelhoudersvergadering van de te Bolsward gevestigde Algemene Verzekeringsmaatschappij “de Philantroop” gehouden. Het aantal verzekerden tegen de financiële gevolgen van besmettelijke ziekten bedroeg 17.333. De afdeling levensverzekering telde 5.102 deelnemers. Directeur C.W. Eisma werd op zijn verzoek eervol ontslag verleend: “onder dankbetuiging voor de vele gewichtige diensten aan de Maatschappij, sedert hare oprichting bewezen”. In zijn plaats benoemde de vergadering met algemene stemmen tot directeur de heer G. C. Eisma (zoon van) te Bolsward. Op 20 november 1900 werd er op initiatief van de heren B. Bölger, C.W. Eisma en H. Schievink een bijeenkomst belegd waar een aan de Minister van Binnenlandse Zaken te verzenden verzoek werd behandeld. Sinds 1888 kende Bolsward een zuivelvakschool die eerst opleidde tot vakarbeider voor de zuivelfabriek en later tot directiefuncties. Van de 97 studenten die tot dan toe een diploma behaalden, waren er 89 in een functie als directeur c.q. adjunct-directeur bij een zuivelfabriek geplaatst. Het Rijk wilde een nieuwe school bouwen en er leek provinciaal een voorkeur te bestaan voor oprichting van die school in Leeuwarden. Het “eerste gevecht” leverde Bolsward de Rijkszuivelschool op die in 1904 mede door de inspanning van Eisma de poorten kon openen. Door de Radicale Kiesvereniging Burgerrecht werd Eisma met nog 5 anderen voor de verkiezingen  van Provinciale Staten op 10 juni 1901 “met de meeste aandrang” als kandidaat aanbevolen. “Mannen, volkomen bekend met de noden en behoeften onzer Provincie en bereid die in democratische geest te verbeteren”. In het jaar 1900 besloot de Friesche Schildersvereniging een Nationale Tentoonstelling te houden. Op aandringen van de “Vereeniging ter Bevordering van Handel en Nijverheid” te Bolsward werd besloten, die daar voor te bereiden. Het lag in de bedoeling deze tentoonstelling te houden van 21 augustus t/m 4 september 1901.(Wordt vervolgd.)   Wilt u reageren op Bolswarder Zaken: Peter Mulder, It Heech 7, 9035 AD Dronrijp, 0517-233214 of 06-34015075 (mulder.dronrijp@upcmail.nl).