Bolswarder zaken….(367)

Bolsward - We vervolgen onze wandeling door het oude Bolsward op de Appelmarkt. De stadsgidsen Jan Keuvelaar en Peter Mulder staan stil bij de verschillende panden en stellen u voor aan de eigenaren en bewoners door de eeuwen heen.

Appelmarkt 16 (Jensen family shop) Eisma richtte samen met de heer R. Vermeulen te Leeuwarden en J.P. Tichelaar te Makkum een naamloze vennootschap op met het doel de bij de  steenfabriek behorende steenoven te vergroten en uit te breiden. De naast het tichelwerk gelegen pottenbakkerij van C. Draaisma was ook aangekocht. Half oktober werd via de Leeuwarder Courant het volgende gepubliceerd: “Aan de Steenfabriek Zorgvliet te Bolsward wordt Januari a.s. (1900) een bekwame STEENBAAS gevraagd, die met Steenkoolstoken goed bekend moet zijn. Brieven worden ingewacht bij den Heer C. W. EISMA te Bolsward”. In de Staatscourant van 18 januari 1900 stonden de statuten afgedrukt van de Naamloze Vennootschap: de Bolswardsche steenfabriek Zorgvlied (hier met een d in plaats van met een t) te Bolsward. Doel: het fabriceren, inkopen en verkopen van verschillende soorten steen. Duur: 30 jaar. Kapitaal ƒ 36.000,00 verdeeld over aandelen van ƒ 1.000,00, waarin is deelgenomen voor 33 aandelen. Inbreng: de steenfabriek Zorgvlied te Bolsward, een perceel kleigrond, een woning en pottenbakkerij enz. Directeuren: de heren C. Vermeulen en H. Eisma; commissarissen de heren J.P. Tichelaar, R. Vermeulen en C.W. Eisma. Het blijkt dat twee commissarissen een zoon tot directeur van de fabriek benoemden. Er waren meer terreinen waarop “koopman” Eisma actief was. Samen met zijn drie jaar jongere in Wolvega wonende broer Anthony had hij in 1897 onder Nijelamer 43 hectaren uitgeveende plassen aangekocht, met het doel deze plassen droog te leggen en tot cultuurland om te vormen. Aan deze onderneming werd  op 28 juni 1899 een belangwekkend redactioneel artikel in de Leeuwarder Courant gewijd.  We laten het artikel voor zover van belang hieronder in de taal van vandaag volgen. “Weststellingwerf, 20 juni. In het voorjaar van 1897 zijn de heren A. W. Eisma te Wolvega en C. W. Eisma te Bolsward door aankoop eigenaar geworden van 45 hectaren uitgeveende gronden in deze gemeente, waarop een aanzienlijk bedrag aan slikgelden sedert 1850 stond ingeschreven op het Grootboek. Om uitkering daarvan te kunnen verkrijgen, moesten de waterplassen drooggemaakt, aangevuld en in cultuur gebracht worden. De kopers pakten de zaak flink aan, lieten in 1897 zware omringdijken maken en een grote windwatermolen bouwen, zodat in de zomer van 1898 de lage uitgeveende gronden geheel droog werden gemalen en met het graven van wijken en het egaliseren van de gronden kon worden aangevat. Al in het najaar van 1898 was de nieuwe polder gereed en na het strooien van kunstmest en zaden is nu de hele woeste oppervlakte in grasland herschapen en ziet men nu uit op een terrein, dat in 1897 hoofdzakelijk viswater was. Maaiers en hooiers zijn bezig het grasgewas te oogsten. De ondernemers wisten vooraf niet precies te berekenen, wat het werk zou opleveren, doch de uitkomst is zeer goed; men beweert althans op goede grond dat na de betaling van circa ƒ 20.000,00 wegens de koopsom van land en waterplassen, ƒ 12.000,00 voor de bouw van de molen en woningen en ƒ 26.000,00 aan betaalde arbeidslonen enz. er nog wel iets voor hen uit de slikgelden overschiet, terwijl de landen in de nieuwe polder prachtig liggen.  Ontegenzeggelijk is met het inpolderen een zeer nuttig werk verricht. Voor Friesland is het echter zeer te betreuren, dat men eerst in 1823 is begonnen slikgeld wegens vervening te heffen. Immers, al wat vóór die tijd is verveend — en dit maakt in Friesland een grote oppervlakte uit — zal wel water moeten blijven, tenzij het land nog eens zo duur mocht worden, dat men in inpoldering en droogmaking meer voordeel ziet dan in heideontginning. (Wordt vervolgd.)   Wilt u reageren op Bolswarder Zaken: Peter Mulder, It Heech 7, 9035 AD Dronrijp, 0517-233214 of 06-34015075 (mulder.dronrijp@upcmail.nl).