Elfsteden-expert Bennie van der Weide: ‘Je weet nooit wanneer ‘ie weer komt’

BOLSWARD/OUDEHASKE - Nog twee dagen, dan betreden we de langste periode zonder Elfstedentocht. Op schaatsen, welteverstaan. 8070 dagen zonder de Tocht der Tochten. Dat er ook andere varianten zijn om deze af te leggen, weet oud-Bolswarder Bennie van der Weide. Ruim gerekend voltooide hij Frieslands bekendste rondje op dertien verschillende manieren.

,,Je weet nooit wanneer ‘ie weer komt”, steekt Van der Weide (71) van wal, doelend op de meest mythische vorm. ,,Je kunt duizend gegevens in een computer stoppen, maar het weer heeft zijn eigen geheugen. Hij komt steeds dichterbij, maar hij is ook steeds verder weg”, klinkt het bijna filosofisch. Een gesprek met de schaatsveteraan gaat van de hak op de tak. Van herinnering naar herinnering.

Bennie van der Weide groeide op aan de 1e Hollandiastraat in Bolsward. Tegenwoordig woont hij in Oudehaske. Verschillende varianten zag hij als jochie voorbij komen. ,,Auto’s, motoren, fietsen”, somt hij op. ,,Daar groei je in mee.” Zes jaar was hij, toen hij in 1954 voor het eerst de Elfstedenschaatsers voorbij zag komen. ,,Toen kregen we ijsvrij. Stonden we op het ijs te kijken bij de Harlingerstraat, op de hoek bij café Boermans.”

Eerste schaatstraining

Zijn eerste schaatstraining volgde in 1962. ,,Van Piet Venema”, weet Van der Weide nog goed. ,,Met veertig man stonden we te zweten in een gymlokaal. De ramen besloegen helemaal.”

Op zijn achttiende vertrok hij naar Heerenveen om dichter bij Thialf te wonen. ,,We moesten altijd vrij vragen om te kunnen schaatsen. Gingen we met een auto vol richting Heerenveen, maar daar had ik op een gegeven moment genoeg van.”

 

Van der Weide, tegenwoordig woonachtig in Oudehaske, was één van de grondleggers van het marathonschaatsen en deed mee in vermaarde lange-afstandswedstrijden als Lemmer-Urk en Workum-Medemblik. Voor de eerste echte Tocht moest hij echter geduld hebben. 1985; het tot dan toe langste elfsteden-interbellum werd in dat jaar beëindigd. Van der Weide kwam als 36e over de finish, ruim twintig minuten achter winnaar Evert van Benthem. Een jaar later gingen negentig schaatsers hem voor. Op zijn 49e (in 1997) reed hij met de veteranen mee en kwam hij vijf minuten te laat binnen. Geen officiële eindklassering dus. Balen doet hij niet: ,,De beleving is hetzelfde.”

Per vliegtuig

Een jaar eerder was het ijs volgens hem sterk genoeg. Er werd weliswaar geen Elfstedentocht uitgeschreven, maar Van der Weide besloot op eigen houtje -niet letterlijk- de route af te leggen. ‘96 is ook het jaar dat hij zijn enige gemotoriseerde variant volbracht. Vanuit het vliegtuig, om precies te zijn.

Een andere hoogst ongebruikelijke manier volgde een jaar later. Nadat hij al had geschaatst, besloot Van der Weide dat het wel een leuk idee was om de tocht per mountainbike nog eens te doen. Over het ijs, uiteraard. Na een vakkundig staaltje huisvlijt (,,Ik prikte spijkers door mijn band”) kon hij van start. Twaalf uren deed hij er over. Geinig toeval: zijn zoon schaatste de tocht een dag later. Dat wisten ze niet van elkaar. Bennie had dus onbewust een dag eerder een soort routebeschrijving in het ijs achtergelaten. ,,Hij volgde het spoor van de fiets”, aldus Van der Weide. ,,Dat was ik”, zei hij later tegen junior toen dat ter sprake kwam.

Ook op zijn palmares: de eerste in Nederland die de Elfstedentocht op skeelers aflegde. ,,Dat was samen met Koop Talen, in 1986.” Ook dat ging op zijn Van der Weide’s. ,,Kom, we skeeleren de Elfstedentocht”, had hij tegen zijn maat gezegd. ,,Dat kan niet”, was diens respons. Heus wel, zo bleek later. In acht uren waren ze rond.

En om het in de extremen te blijven zoeken: Van der Weide was ook als ultraloper de eerste. Om het rijtje ‘ter land, ter zee en in de lucht’ compleet te maken, kanode hij zich een weg door het water. ,,Je moet plezier hebben in het sporten”, zal hij even later broodnuchter zeggen.

Een korte tussenstand leert dat we zeven manieren gehad hebben: wedstrijdschaatsend, op eigen houtje schaatsend, per vliegtuig, mountainbikend over het ijs, skeelerend, ultralopend en kanoënd.

De fiets (tien keer) is bijna een vanzelfsprekendheid, bij het skeeleren werd later ook een wedstrijd uitgeschreven (Van der Weide werd tweede) en ook het wandelen (vijf maal) zal geen verrassing zijn. Een combinatie van die drie disciplines maakt variant elf. Per skûtsje is twaalf. De volgens Van der Weide zwaarste manier blijft nog over: de step. ,,Ik deed ongetraind mee, werd 45e en heb veertien dagen last van mijn heupen gehad”, vertelt hij lachend.

,,De Elfstedenroute is een soort bedevaartroute geworden. Er is geen tocht die op zoveel manier gedaan wordt. Mensen zoeken hun sportieve grenzen op", besluit Van der Weide. Hij kan het weten.

Yme Gietema.