COLUMN | Joop

Ik stond in de rij met een kar vol boodschappen voor de kassa in de supermarkt. Voor mij stonden twee dames op leeftijd. De één met blond kunstig opgestoken haar en gekleed in een rode cape. De ander met een strak grijs bopkapsel en gehuld in bruine jas met ruiten.

Ik ontkwam er niet aan om mee te luisteren met het gesprek dat deze dames voerden. “Hij deed het zomaar ineens”, zei de vrouw in de rode cape. “Dat is raar. Je verwacht zoiets van iedereen, maar niet van Joop”, antwoordde de bruine ruitjesjas. “Het was ook helemaal niet nodig. Dat is het rare ervan. Soms kan zoiets nut hebben. Maar in dit geval zeker niet”, reageerde de rode cape terug terwijl we een stukje opschoven richting de kassa.

“Je hebt er toch wel iets van gezegd?”, wilde de bruine ruitjesjas weten. “Wat dacht je. Zo iets moet je direct op tafel leggen. Maar dat leverde niet onmiddellijk wat op. Je weet hoe Joop is. Hij draaide er eerst om heen”, stelde de rode cape. “Maar dat pikte je toch niet?” reageerde de bruine ruitjesjas. “Natuurlijk niet. Je kent me toch. Ik ben gewoon de confrontatie aangegaan. Vond hij niet leuk, maar het was wel nodig. Anders blijft zoiets hangen”, reageerde de rode cape.

Toen stokte het gesprek, want ze waren bij de kassa om af te rekenen. Vervolgens liepen ze al kletsend de winkel uit en zal het voor mij altijd een raadsel blijven wat Joop heeft gedaan.

Max van den Broek.