COLUMN | Ome

Geschreven tekst is voor mij al jaren inhoudsloos zonder gebruik van de leesbril. Ik kan niet zonder en dus koop ik ze als wortels: in bosjes met een elastiek eromheen. Goedkoop bovendien. Maar deze week werd ik erop gewezen dat je beter een paar euro meer kan uitgeven voor een iets beter exemplaar. Op naar de Hema dus. Het geheim van die winkel schuilt in het gegeven dat ze voor iedereen wel iets nuttigs, aardigs of lekkers kunnen leveren. Dat lijkt mooi, en dat is het al helemaal als je een leesbril staat te testen op het moment dat een Jenaplan-moeder met verwend nest langs de leesbrillen naar de knuffels loopt.

Jenaplan-kinderen, zo weten we inmiddels, hebben altijd gelijk en krijgen altijd hun zin. Dat komt door hun goedgetrainde longinhoud, het krachtloze onderwijs, en hun ruggengraatloze ouders. Moeder zag er al redelijk sufgebeukt uit, ze reageerde niet adequaat genoeg. En dus begon het kind om de luidruchtige eisen kracht bij te zetten, de knuffels vanuit de bak in het gangpad te lazeren. Ik zette de leesbril af en sloeg het geamuseerd gade. Tot moeder, die de macht over het meisje al jaren geleden was verloren, in grote nood riep dat ze moest stoppen omdat anders die Ome boos werd. Ze wees paniekerig naar mij. Ome. Ik was de Ome. Ja, ik ben besodemieterd. Ik was helemaal niet boos. Ik genoot. En ik dacht aan mijn zoon, die wél is opgevoed.

Haar paniek werd radeloosheid toen ik het kind rechtstreeks aansprak: ‘Ik ben jouw ome niet,’ zei ik. ‘En van mij mag je alle knuffels in de hele winkel op de grond gooien.’ Jenaplan. Bah! Het klooster moeten ze in.

Ruben Korfmaker.