Henk de Boer kijkt terug op het succesjaar van De Pauperfontein

WORKUM - In zijn atelier in Workum zijn nog wat overblijfselen zichtbaar. Tegen de kachel staat nog een aantal ‘leden’. Het zijn de laatste kruitdampen van De Pauperfontein. Begin deze maand werd het kunstwerk ontleed. Daarmee kwam voor Henk de Boer en theatergezelschap De Paupers een einde aan een bewogen periode.

Ga maar na. De Boer was live te horen op de radio in Canada, het project stond in de New York Times en The Guardian en zelfs onder de leden bevonden zich buitenlanders. ,,Ik heb wel met zeventig journalisten gesproken”, kijkt De Boer terug. Eén van de reacties op het project die hij het meest kon waarderen kwam ook niet bepaald uit de buurt. ,,Libanon”, noemt de kunstenaar. ,,Ik kreeg een mail van een jonge architecte die zei dat daar precies hetzelfde gebeurde. Er werden architecten ingevlogen, die kregen een zak geld en vertrokken daarna weer. De lokale talenten kregen geen kans.”

En dat is precies het protest waaruit De Pauperfontein is ontstaan. Als tegengeluid voor het 11Fountains-project, één van de paradepaardjes van Leeuwarden-Fryslân 2018. Mienskip zou het toverwoord zijn bij die organisatie. Van onderop. Samen. Volgens De Boer en zijn metgezellen was dat bij het fontein-project totaal niet aan de orde. Kunstwerken als voldongen feiten, zonder enige inspraak van lokalen. Dat had heel simpel anders gekund, meent De Boer. ,,Door ze bijvoorbeeld met drie ontwerpen te laten komen. Dat moet ik ook als kunstenaar. Dan kunnen de mensen daar uit kiezen. Zo geef je ze het gevoel dat ze samen de beste keuze gemaakt hebben.”

Zo ver kwam het allemaal niet. De spuitende creaties werden internationaal ontworpen en later lokaal geïnstalleerd. De Paupers startte ondertussen met hun eigen actie.

Een pitch voor subsidie vanuit het Iepen Mienskipsfûns leverde niets op. ,,Totaal kansloos”, omschrijft de Workumer die poging lachend. En dus volgde een crowdfundactie. ‘Doneer ‘n lid’, was de slogan. ,,Dat liep als een trein. We waren ze eigenlijk steeds een stap voor”, doelt hij op de realisatie van zijn kunstwerk, die al snel ‘De Piemelfontein’ werd genoemd in de volksmond.

Dat is ook niet gek. De Boer ontwierp een fontein bestaande uit grote en kleinere penissen. De kleine exemplaren staan voor het ‘gewone’ volk, de grote symboliseren de elite, die daar overheen pissen. Schijtlolligheid ligt op de loer en woordgrappen voor de hand, maar de boodschap is uiterst serieus en deze wordt herkend. Maar een glimlach, want dat mocht ook wel meent De Boer. ,,Het was één van de weinige dingen met humor. Net of kon er geen lachje van af. Dat moest anders. Dit prikkelde wat meer. Het mocht best wat schurends zijn; daar staan wij als Paupers wel bekend om.”

Op dat moment kon de Culturele Hoofdstad-organisatie niet meer om het project heen. ,,Toen zijn we toegevoegd aan het hoofdprogramma.”

De onthulling op De Merk in Workum begin april werd druk al bezocht, daarna trok het gezelschap de provincie in. ,,We zijn van begin mei tot eind september ieder weekend weg geweest. Mijn vakantie is er dit jaar bij ingeschoten, maar de mensen vonden het prachtig. Daar kan ik niet anders dan trots op terugkijken.”

De laatste maand verliep vrij typisch. Een poging om het kunstwerk op te nemen in het Fries Museum in Leeuwarden strandde. ,,Er is hier geen plek voor, het past hier niet”, had museumdirecteur Kris Callens medegedeeld. ,,Dat is precies wat wij over de Leeuwen hier in Workum zeiden”, repliceerde De Boer.

Ook bij het slotfeest, de zogenaamde ReOpening, was er contact tussen de kunstenaar en de organisatie. Maar na een zoektocht bleek in heel Leeuwarden geen plekje voor De Pauperfontein. ,,Dat geeft wel aan: de rest van Friesland is niet belangrijk”, klinkt het stellig.

Desondanks overheerst een positieve stemming. ,,Wij hebben een prachtig jaar gehad.”