COLUMN | Praten

Bolsward - De verwarmingsketel stopte. Voorgoed. En dus moest ik bellen voor een nieuwe. Dacht ik. De grote leveranciers drongen aan op communicatie online, maar dat wilde ik niet; ik wilde iemand spreken. Snel weten waar ik aan toe was. Gelukkig vond ik toch wat telefoonnummers. De inderhaast opgenomen verlofdag spendeerde ik als zodanig in de kou, eentjes, tweetjes en drietjes typend voor de juiste keuzes, luisterend naar vriendelijke dames die vertelden dat er heel veel wachtenden voor mij waren, maar dat ik desondanks snel zou worden geholpen, en tot wanhoop gedreven door de meest hopeloze Richard Clayderman-melodietjes, gespeeld door een soort spelcomputer uit 1988. Stapelgek werd ik ervan.

Ik kreeg een klein schermpje in beeld; of ik wilde chatten. Ach ja, leuk, dacht ik. Vriendelijk werd ik uitgenodigd om mijn vragen te stellen over de aanschaf van een ketel, maar toen die te moeilijk bleken, werd ik doorverwezen naar het telefoonnummer waar ik inmiddels een half uur in de wacht stond en de website waar ik nog steeds werd uitgenodigd om te chatten. En bij elke verandering van inzicht, elke keuze die ik maakte, begon alles opnieuw. Twintig keer die dag. Minstens. Bijna had ik wanhopig besloten om dan maar geen ketel te kopen en de kou op de koop toe te nemen, toen ik het nummer van Gurbe Atsma intoetste. ‘Atsma,’ zei hij. Ik stelde me voor en vroeg of hij me uit de kou kon helpen. ‘Ja,’ zei hij. ‘Mooi,’ juichte ik. Ik zei welke ketel ik wilde. ‘Maar het moet wel vlot; ik zit in de kou.’ ‘Dinsdag,’ zei Atsma. ‘En fanavond hest de offerte.’ Geregeld! Wat heerlijk om af en toe eens met een mens te praten.
Ruben Korfmaker.