Van Ons Gebouw naar De Tiid: Bolswarder bieb bestaat honderd jaar

BOLSWARD Het is 8 juni 1921 als de ‘Vereeniging Plattelands Leeszaal en bibliotheek voor Bolsward en Omstreken’ wordt opgericht. Honderd jaar geleden dus. Wat volgt is een eeuw vol veranderingen, verhuizingen en ontwikkelingen.

Belangrijke persoon voor de oprichting van de Bolswarder bibliotheek is de heer H.J. de Visser. De Visser is hoofd van een school in Bolsward en hij start in 1920 een zogenaamd correspondentschap. Dit is een adres waar belangstellenden boeken kunnen lezen of inzien, gelieerd aan een bestaande bibliotheek. In het geval van Bolsward is dat die van Sneek, één van de acht ‘Openbare Leeszalen en Bibliotheken’ die Friesland op dat moment heeft.

Het correspondentschap groeit uit tot de oprichting van de ‘Vereeniging Plattelands Leeszaal en bibliotheek voor Bolsward en Omstreken’ -waarvan de oprichtingsdatum dus 8 juni 1921 is- met een fysieke bibliotheek in Ons Gebouw aan het Broereplein. Op 2 januari 1922 is hiervan de opening. De collectie boeken wordt gedeeld met de Waterpoortstad.

Bolswarder historicus Jan J. Sangers spreekt in zijn boek over Henricus Beekhuis (1872-1959) over een ‘veelbelovende start’ van de bibliotheek. Hij haalt een bericht uit de Leeuwarder Courant van maart 1924 aan: ‘Gedurende de maand Maart is de openbare leeszaal en bibliotheek "Bolsward e.o." bezocht door 427 personen, onder wie 36 dames’, zo valt te lezen.

Sangers stipt ook aan dat twee jaar na opening de eerste financiële problemen zich aandienen. De geldkraan vanuit de provincie en het Rijk worden langzaam dichtgedraaid en vanuit de gemeentelijke spaarpot gaat minder subsidie naar de instelling. Ook de collectie-uitwisseling met Sneek stopt.

Geen boeken en geen geld, is het sombere vooruitzicht. De oplossing? Een driedaagse bazar ten bate van de bibliotheek. Deze wordt medio oktober 1924 gehouden in De Doele. Hier komt de rol van Beekhuis naar voren: hij helpt mee met de organisatie en schenkt als oud-voorzitter de resterende 25 gulden uit de kas van de opgeheven vereniging ‘Charitas’.

Hulp komt van alle kanten, zelfs van oud-Bolswarders uit Indië en Amerika. Op de eerste dag wordt voor zevenhonderd gulden verkocht. In Het Handelsblad van 20 oktober is te lezen dat ‘de financiële resultaten van dien aard zijn, dat het doel van de bazaar als bereikt beschouwd mag worden’. De bieb blijft.

Het uitleenhuis draait met een subsidie van 400 gulden van de gemeente Bolsward en Wonseradeel doet met 25 gulden ook een duit in het zakje. Verder komen er giften en bijdragen van een aantal Bolswarder instellingen.

In de vooroorlogse jaren komt het ledental niet boven de tweehonderd uit, maar tijdens de Duitse bezetting is er een groeiende belangstelling voor lezen. De uitleenstatistieken lopen op: van acht- tot ongeveer twintigduizend per jaar, terwijl niet veel nieuwe boeken kunnen worden aangekocht. Gevolg: tot op de kaft versleten exemplaren.

Na de oorlog neemt de Bolswarder leesdrift weer iets af, om in de vijftiger jaren weer aan te zwengelen.

Dit komt ook doordat de openbare bibliotheek van Bolsward Rijkserkenning en de daarbij horende subsidie krijgt. Om hier aan te kunnen voldoen moet het werkgebied minstens tienduizend inwoners hebben. Daarom wordt de samenwerking gezocht met Wonseradeel. Met de erkenning wordt de boekencollectie uitgebreid.

In 1958 is de eerste verhuizing. In het gebouw op de hoek van de Kerkstraat met de Jongemastraat vindt de bibliotheek haar nieuwe onderkomen. Het is tevens het startsignaal van een forse doorontwikkeling. Zo komt er een speciale afdeling met daarin een jeugdbibliotheek, en volgen in 1960 en ‘61 de opening van filialen in Witmarsum en Makkum. Het aantal leden groeit snel: van 150 in 1955 naar bijna tien keer zoveel vijf jaar later.

In Bolsward is dan ook snel weer een uitbreiding van huisvesting nodig. Het aangrenzende schoolgebouw komt vrij en ook deze ruimte wordt ingericht met boekenplanken.

Midden jaren zestig is ook de introductie van de bibliobus. Deze gaat de weg op om met name in de dorpen de uitlening te verzorgen. In ‘69 wordt nadrukkelijk de samenwerking met scholen gezocht. Voor alle 26 lageren scholen in Bolsward en Wonseradeel wordt de Schoolbibliotheekdienst opgezet. Dit houdt in dat de onderwijsinstellingen worden voorzien van een collectie leesboeken voor de vier hoogste klassen. Ook zijn er plannen om hier een collectie gedocumenteerde informatieve jeugdboeken, aansluitend bij de nieuwe onderwijsmethoden, aan toe te voegen.

Het is 1970 als een belangrijke muzikale ontwikkeling plaatsvindt: de grammofoonplaat doet zijn intrede. De bibliotheek fungeert eerst als tussenpersoon tussen de aanvragen en de Noordelijke Fonotheekdienst in Groningen. Later komen er in grotere bibliotheken een eigen discotheek en rijdt er zelfs een discobus door de regio.

Het aanbod aan diensten breidt uit, evenals het aantal leden. Dat is bijna drie keer zoveel geworden als tien jaar eerder. Voor de seniore Bolswarders worden uitleenposten in de diverse bejaardentehuizen en Bloemkamp opgezet waar een medewerker van de bibliotheek één keer in de week een ochtend aanwezig is.

Door de toenemende belangstelling wordt de jas van de bieb weer te krap. Het aangrenzende gebouw waar vroeger de naaischool in zat is al aangekocht, maar nog is er ruimtegebrek. Verbouw is praktisch onmogelijk, dus een derde verhuizing staat op de rol. Als bekend wordt dat het hoekgebouw aan het Marktplein -eerst de koffie- en theehandel Van der Plaats, die later over in de Verenigde Levensmiddelen Fabrieken (VFL)- vrij komt, koopt de gemeente dit ten behoeve van de bibliotheek.

Op 14 september 1983 is de officiële opening van de Vereniging Openbare bibliotheek Bolsward, Wonseradeel en Hennaarderadeel in het Rijksmonumentale pand. Naast de grammofoonplaten zijn er dan ook cassettebandjes, dia’s en videobanden in de bibliotheek te leen. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar die jaren in rap tempo op. Zo verdwijnen midden jaren tachtig de zogenaamde kaartenbakken -het uitleen- en catalogussysteem- om plaats te maken voor een geautomatiseerd variant. Ook doen cd’s en dvd’s hun intrede en in ‘96 is de opening van het internetcafé in de bibliotheek.

Er wordt dan ook al omgekeken naar -weer- een nieuwe locatie omdat het pand aan het Marktplein te duur is in onderhoud. Het zal uiteindelijk zo’n kwart eeuw duren voordat in De Tiid -met een tussenperiode in de voormalige Rabobank aan het Skilwyk- het voorlopig laatste nieuwe onderkomen wordt gevonden.

,,Dan is de cirkel bijna rond”, vertelt Carin Bekema lachend na een vlucht door de geschiedenis. ,,Ik ben daar achter begonnen”, wijst ze vanuit De Tiid richting de Kerkstraat. Volgend jaar gaat ze haar veertigste werkzame jaar bij de bibliotheek in.

,,Mijn boekencarrière is begonnen bij het Witte Boekhuis”, gaat ze terug in de tijd. ,,Maar daar moest ik ook vaak vrijdags en zaterdagen werken. Ik wilde wat anders. Ik heb veel met boeken en het onderwijs, dus ik heb bij de bieb gesolliciteerd. Ik kwam voor een bestuur met sigaar rokende mannen, maar uit honderd inzendingen werd ik gekozen.”

Er komt veel hand- en hoofdwerk bij kijken in die tijd. Ontelbare uitleen- en cataloguskaartjes gaan door hun handen, meldt ook Els van Wier, coördinator van onder meer de bibliotheek in Bolsward en sinds ’89 verbonden aan de bieb in Sneek. ,,Het was heel arbeidsintensief.”

Beiden volgen zelfs de speciale bibliotheekopleiding. ,,Algemene ontwikkeling is belangrijk, maar ook de ‘bibliotheek-techniek’”, geeft Van Wier als voorbeelden van de geleerde competenties. ,,Je moet in twee, drie zinnen een boek kunnen samenvatten. De inhoud van de kaartjes waar dat op stond, bedachten we zelf.”

,,En reserveringen kende je uit je hoofd”, vult Bekema aan. ,,Je moet wel bijblijven”, zegt ze over alle ontwikkelingen van de laatste jaren.

Dan, samenvattend: ,,Wat is er veel veranderd, als je het zo even terughaalt.” Voor het jubileum groef ze door de archieven om zo bovenstaand tijdsbeeld op te stellen.

Nu is er dus het nieuwe onderkomen. Het laatste jaar van het eeuwfeest is, ingegeven door corona, een rare geweest. Toch zijn de dames blij met hun nieuwe thuis: ,,Dit is een goeie locatie. De oude directrice had dit al op het oog. ‘Als we daar nou eens naartoe kunnen’, zei ze. Daar hadden we het toen al over”, aldus Van Wier.

,,Het voelt al vertrouwd”, haakt haar collega in. Langzaam vult de bieb zich weer met bezoekers nu de coronaregels steeds verder versoepeld worden. Al was de tijdelijke afhaalservice zowaar ook een succes. De verrassingstasjes werden geïntroduceerd. Daarbij komen twee aspecten mooi samen: kennis van de bezoekers én van de collectie. ,,Ze gaven een genre aan en wij zochten daar iets bij. Dat was erg leuk. Je wilt niet weten hoeveel dozen Merci we hebben gekregen.”

Het duo hoopt dat de deuren snel weer zonder beperkingen open mogen. Dan kan het bijvoorbeeld ook het groepje dames dat iedere week met de taxi langskomt weer begroeten. Of scholieren die in alle haast langskomen voor ,,een spreekbeurt die morgen af moet”. Of de kinderen van vroeger die nu als vader en moeder binnenkomen met hun eigen kroost. Of de groep wijze heren die ,,de wereld wel even verbetert”. Een variërend gezelschap, kortom. ,,Het is nog steeds leuk”, is dan ook de meest treffende samenvatting die Bekema kan geven.

Er wordt in het kader van het honderdjarig bestaan nog een tentoonstelling ingericht. Ook roept de bieb haar bezoekers op om lezersverhalen in te sturen met daarin hun eigen ervaringen.

Yme Gietema.