Hoog sociaal karakter bij jubilerende Mouneboulers in Witmarsum

WITMARSUM ‘In daaldersk plakje’, valt te lezen op het bord boven de ingang van de kantine van De Mouneboulers in Witmarsum. En zo is het maar net. De jeu de boules-vereniging vierde onlangs haar twintigjarig bestaan.

Meer dan zestig leden, veertien banen van dertien bij drie meter en een keurige kantine: het is zowaar een volwaardig complex, zo tegenover zwembad It Mounewetter. Een complex dat de afgelopen twee decennia steeds is doorontwikkeld en nog niet aan z’n max zit. ,,Er is nog wel ruimte voor drie extra banen”, zegt voorzitter Klaas Haitsma met een brede lach. Het is tekenend voor de levendigheid van de vereniging, die twintig jaar geleden min of meer spontaan ontstond.

Haitsma lepelt de ontstaansgeschiedenis van De Mouneboulers op. ,,Johannes Bouma, een Arumer die net zo’n beetje op de grens woonde, is in Witmarsum beland. Hij leeft helaas niet meer, maar het was een hele actieve man in de sport. Hij was ook gek van kaarten. Daar vroeg hij mensen of ze geïnteresseerd waren in jeu de boules.”

Zo is het balletje gaan rollen. Letterlijk. 8 Mei 2000 geldt als officiële oprichtingsdatum. De naastgelegen camping wordt in eerste instantie als speelveld gebruikt. Binnen de club zit een aantal slimme ledenwervers en zo staan er binnen de kortste tijd meer dan veertig spelers op de lijst.

Haitsma meldt zich zelf in het najaar van het oprichtingsjaar aan. Hij is met zijn loonwerkersbedrijf ook erg betrokken bij de aanleg van het huidige onderkomen. In 2005 wordt daar, na overleg met dorpsbelang, de schop in de grond gezet, nadat eerdere plannen om het terrein om te turnen tot speelweide worden geannuleerd. ,,Het was helemaal verpauperd”, weet de voorzitter nog. ,,Het bestuur van toen heeft dit samen met dorpsbelang en de gemeente op poten gezet.” ,,En met hulp van vele vrijwilligers”, vult mede-bestuurslid Betty Popma aan.

Zelf wordt ze ruim twee jaar geleden verleid zich aan te melden. ,,We kwamen hier met een familiedag. Mijn man en ik vonden het zo leuk. Toen zei Klaas: jullie kunnen wel eens even komen.” En zo geschiedt.

En van het vooroordeel dat jeu de boules een spel is voor hoogbejaarden, bewijzen beiden het levende tegendeel. ,,Ons jongste lid is 45”, weet Popma. Natuurlijk zijn er ook spelers die de pensioengerechtigde leeftijd ver gepasseerd zijn. ,,De oudste 91. Die speelt ook nog iedere keer mee.”

De deelname is laagdrempelig, het sociale karakter hoog. ,,Het is heel gemoedelijk. De derde helft is ook gezellig”, lacht Popma.

Het ‘seizoen’ is inmiddels in volle gang. Door de coronaperiode iets anders dan voorgaande jaren, maar normaal gesproken worden van april tot en met november iedere maandagavond de ballen gegooid. ,,En als het regent, wijken we uit naar dinsdag.” Tussendoor is ruimte voor zeven toernooien.

Zo was er onlangs het jubileumtoernooi. ,,Dat zouden we eerst in mei doen, maar dat ging door het coronavirus niet door”, aldus Haitsma. De opkomst van een kleine veertig spelers noemt hij prima. ,,Sommigen waren nog wat huiverig door het coronavirus.”

De dag zelf was schitterend, de nasmaak erg zuur. Vandalen hebben met een mes een hakenkruis in één van de picknicktafels gekerfd. Het zit de voorzitter diep. ,,Dat is heel spijtig”, zegt hij met gedrukte stem. ,,Ze weten zelf niet wat ze aanrichten.”

Inmiddels is aangifte gedaan bij de politie, maar Haitsma hoopt nog altijd dat de daders zich bij hem melden ,,voor een goed gesprek”. ,,Ze moeten de onkosten betalen en hun excuses aanbieden. En ik wil ze meenemen naar het Kazemattenmuseum. Ze moeten weten wat zo’n hakenkruis betekent”, klinkt het verbeten. Het is een grote smet waar hij niet lichtzinnig over denkt.

Haitsma is tien jaar voorzitter en dus al een keer zo lang lid. Hij maakte al veel mee bij de vereniging, en niet altijd plezierige zaken. Als hij het over leden van vroeger heeft, moet hij een aantal keer melden dat ze ,,helaas niet meer onder ons zijn”.

Maar al snel schakelt hij vaak door naar het positieve. Wat nog wél kan. Want er zitten heus ook oudere en minder mobiele boulers in het ledenbestand, maar die zijn niet minder welkom. ,,Het hele terrein is rolstoel- en rollatorvriendelijk”, vertelt hij daarom met enige trots.

En over elke hoekje of bankje op het complex heeft hij wel een verhaal. Zo wijst hij vanuit de kantine naar de overkant, naar een houten gebouwtje van twee bij drie meter. ,,Dat was vroeger het koffiedrinkhokje en daar moesten de leden zich ook inschrijven.”

Een groot contrast met de ruimte van waaruit hij en Popma hun verhaal nu doen. Want: er moet toch maar een kantine komen, is op een gegeven moment de gedachte. Haitsma komt weer met de naam Bouma. ,,Hij vond dit gebouw”, zegt hij over het ruime chalet-achtige onderkomen. Over hoe dat op zijn huidige plek is gekomen heeft hij -uiteraard- ook een anekdote. ,,Het was een soort chalet en het stond in Arum”, zo begint hij. ,,Later was het een magazijn. Toen werd het verkocht en stond het in een grote loods. Daar was het ook een kantine. Later kwam er een nieuw pand en moest die kantine uit het oude. Het was niet meer nodig. Daar kwam Bouma achter.”

Na snel handelen (,,we moesten het binnen een week verplaatsen”) staat het nu al enkele jaren op zijn plek. Met een grote dieplader werd de kantine in 2006 verplaatst naar de huidige locatie op het complex aan het Mouneplein. ,,Bouma is de sponsor van de kantine geweest”, weet Haitsma. ,,We hebben er nooit iets voor betaald, want ik kan het nergens in de boeken terug vinden. Bouma is altijd de grote initiator geweest. Tot het laatst aan toe.”

Yme Gietema.