COLUMN | Bijna normaal

Sinds gisteren is alles bijna weer normaal. Met de nadruk op bijna. Ik tikte bijvoorbeeld eerst vandaag in, want normaal gesproken was de krant gisteren, woensdag, verschenen, maar sinds vandaag is donderdag de verschijningsdag. Het nieuwe normaal dus.

Ook zijn sinds gisteren nagenoeg alle beperkingen die golden vanwege het Coronavirus ingetrokken. Overvolle vliegtuigen mocht al eerder, maar nu mogen we ook weer massaal in het openbaar vervoer. Weliswaar met mondkapje, maar toch.

En sinds gisteren mogen we tijdens onze wekelijkse Walking Footballtraining weer een partijtje doen en dat is het leukste wat er is. De ouwe seunen (ik voetbal in Harlingen) waren zo blij als een kind dat zij weer in groepsverband achter de bal aan konden ‘draven’. De dansende koeien in de wei op de eerste mooie lentedag waren er niks bij.

En zo keren na drie maanden beperkingen veel zaken terug naar normaal. Wat blijft is de afstand. Die is vastgelegd op 1,5 meter en daar zal voorlopig ook geen verandering in komen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik met al die beperkingen de afgelopen maanden eigenlijk weinig moeite heb gehad.

Oké, ik miste het voetbal wel en een terrasje pakken ook, maar daar was goed mee te leven. Als schrijver, journalist en pensionado was ik al gewend om thuis te werken, dus op dat punt veranderde er niks. En die afstand? Die is prima. Ik hecht aan ruimte om me heen. Ook in het tijdperk voor het virus hield ik vaak al gepaste afstand.

Max van den Broek.