De virtuele Fietselfstedentocht: stoempen tegen de kilometerklok op de hometrainer

BOLSWARD De Fietselfstedentocht is dan wel afgelast, op Pinkstermaandag klokten toch honderdtwintig fanatiekelingen om 5.00 uur ‘s ochtends in om onder de noemer ‘Thuis11’ virtueel de 235 kilometer af te leggen. Daar kwamen een paar uren later nog eens zestig deelnemers bij, die alleen de ‘onderste lus’ voltooiden. Onder de vroege vogels bestuursleden Stephan Rekker en Edwin Stevens, die beiden hun pak inruilden voor fietskleding.

,,Volgend jaar maar weer gewoon organiseren, dat is makkelijker”, grapt de Rekker, die normaal als voorzitter druk bezig is de Fietselfstedentocht in goede banen te leiden. In de daarop volgende lach is wel een redelijk hoog ‘boer-met-kiespijn-gehalte’ te merken. Want nu zitten hij en Stevens zij aan zij tegen een scherm te kijken, ondertussen stug doortrappend op hun fiets die niet van zijn plek komt. En dat valt niet mee. ,,Het is heel zwaar”, laten beide heren zich regelmatig ontvallen. Het gepuf en de grimassen op hun gezichten bewijzen dat.

,,Hest niet yn ‘e wyn, dat skeelt weer”, grapt een voorbijganger. ,,Must even wachte. De brug staat open”, meldt iemand anders later droogjes. De deuren van het Elfstedengebouw aan het Marktplein, waar de twee zitten af te zien, staan open en dat zorgt voor het nodige bekijks.

Het is rond kwart voor 11 als Stevens even afstapt voor een welverdiende pauze. In elke stad is een rustmoment van vijf minuten. Hij is dan in Sloten, terwijl Rekker even later IJlst aan doet. Beide heren hebben de stempels zowaar klaar liggen, en zetten braaf de inktafdruk van de betreffende stad op hun zelf gefabriceerde stempelkaart. Op de tafel verder een veelvoud aan gelletjes, drop, cola, koffie, appels en meer broodnodige calorieën en suikers. Rond 11 uur wordt een bord warme pasta binnengebracht.

En dat alles op die paar vierkante meter, waar de deelnemers normaal gesproken de hele provincie doorkruisen. Het plan voor de Thuis11 ontstaat nadat duidelijk wordt dat de reguliere tocht door het coronavirus niet door kan gaan. ,,Dit is iets wat we wél kunnen doen”, zei Rekker daar eerder al over. Het idee komt van een deelnemer en is vervolgens door het bestuur verder opgepakt. In eerste instantie hebben beiden niet eens het voornemen om zelf mee te doen. ,,We zouden de tocht gewoon fietsen op een racefiets”, zegt Stevens. Iets wat ze als bestuur normaal gesproken een week voor Pinkstermaandag doen. Maar als Rekker in een uitzending van Omrop Fryslân zegt ‘natuurlijk ook mee te zullen doen’ aan de virtuele editie, kunnen ze niet meer terug.

Die tocht is echter niet voor iedereen weggelegd: deelnemers moeten het programma Zwift en een interactieve hometrainer hebben om mee te kunnen. En, zo benadrukte de organisatie al, het is geen officiële editie. Wel zijn er speciale medailles gemaakt voor hen die ‘m voltooien.

Ook een verschil: de virtuele fietsers zien niet het Friese landschap, maar een woestijnachtige omgeving. Het gaat daarbij simpelweg om de afgelegde kilometers, die ze in rondjes van 17 kilometer afleggen totdat ze het totaal van 235 kilometer -de lengte van de Elfstedentocht- bereiken. ,,We krijgen zo het Reaklif nog”, grapt Stevens ‘s ochtends, zijn afstand inschattend. Rekker haakt in: ,,Ik ben bijna bij Scharsterbrug. Dat is altijd zo’n rotstuk..”

Het deelnemersveld is ingedeeld in verschillende pelotonnetjes. Wat opvalt is dat de groep van Stevens een straf tempo hanteert, en dat blijkt ook wel uit zijn eindtijd: hij is om 13.00 uur ‘binnen’.

,,Hij is nu bij Parrega”, klinkt het als Rekker een uur later bijna aankomt. Dat uitzicht rijmt dus bepaald niet met het beeld hij ziet. Er doemen ineens bergen op op het scherm waar hij dan al ruim acht uren naar tuurt, in plaats van de lange rechte -en vlakke- weg naar Bolsward.

Een deel van de overige bestuursleden heeft zich dan verzameld om ook Rekker de laatste kilometers door te helpen. Met nog een bakje vla als laatste krachtvoer stoempt de voorzitter tegen de kilometerklok. Hij komt uiteindelijk een uur na Stevens over de virtuele finishlijn. Na afloop is er al snel de lach op zijn vermoeide gezicht: ,,Wie heeft dit bedacht?”, vraagt hij zich hardop af. ,,Jullie mogen volgend jaar”, heeft Stevens nog als boodschap voor zijn medebestuurders.