COLUMN | Boeren

Boeren en Bolsward, ze horen bij elkaar. De stad is omringd door boerenbedrijven en het platteland. Heamiel, Bolletongersdei, het zijn onze eigen grootse stadsfeesten van oudsher gebaseerd op het boerenleven om ons heen.

Als een boer uit de buurt vroeger voor zaken of inkopen zijn erf moest verlaten, dan ging de reis veelal richting ‘de grote’ stad Bolsward. Het leven was nog overzichtelijk. Van stikstof, PFAS en ander modern ongemak was nog geen sprake.

De boer uit de buurt zorgde voor het eten en de zuivel voor de bewoners van de stad. En de stadslui waardeerde de boer daarvoor. Het was een levensader die bestond bij de gratie van wisselwerking. Men had elkaar nodig.

Maar ‘tiden hawwe tiden’. Zo idyllisch als hier boven omschreven is het allang niet meer. De boeren en de stad zijn uit elkaar gegroeid. Boeren zijn bedrijven geworden compleet met businessmodellen en groeiprognoses. De hele wereld is hun stad geworden en de stad zelf is veel minder verbonden met het platteland.

Lang hebben we dat vooruitgang genoemd, maar het leidde ook tot een toenemend individualisme. Mensen leven steeds meer langs elkaar heen. De stad weet nog amper iets van het platteland. Door internet is alles zo dichtbij gekomen, maar wat vlak naast je is lijkt inmiddels mijlen ver weg.

Dat dacht ik toen de boeren vorige week uit protest voor de derde keer naar de grote stad trokken en de stad liet blijken eigenlijk wel klaar te zijn met al die protesterende boeren.

Max van den Broek.