‘We zijn dankbaar dat er niemand gewond is geraakt’

,,Mijn huis. Mijn huis..” Het is alles wat Elbrich van Dokkum-de Vries nog uit haar mond krijgt nadat ze ziet dat hun pas verbouwde woning aan de Skilwyk net na de jaarwisseling in vlammen opgaat. Ze doet twee weken na de verwoestende vlammenzee haar verhaal. ,,We zijn allebei vooral dankbaar dat er niemand gewond geraakt is.”

De tegenstelling kan bijna niet groter. Elbrich zit op oudejaarsavond met haar familie -vader, moeder en zusje- en haar man Bennie in hun nieuwe huis aan de Skilwyk. De verbouwing is klaar, de keuken net een paar weken geïnstalleerd, dus een mooie gelegenheid om de jaarwisseling juist hier te vieren. Ze gaan rond middernacht even naar buiten voor de gebruikelijke nieuwjaarswensen, maar een klein half uur later blijkt dat 2020 voor hen met een compleet valse start begint.

Een buurvrouw attendeert hen er op dat hun dak mogelijk in brand staat. In eerste instantie merken ze niks, maar op een gegeven moment zien ze de weerspiegeling van de vlammen in de ramen. Eerst is er nog de gedachte dat dit bij de buren is. Een nadere inspectie aan de achterkant van het huis volgt. ,,Mijn man is de ladder op gegaan. Toen bleek dat het om ons huis ging.”

Wat volgt is een periode die zich niet laat regisseren. ,,Ik had mijn telefoon al meegenomen en belde 112, maar ik raakte volledig in paniek. Ik schoot in de ‘bevriezingsstand’”, aldus Elbrich. ,,Mijn moeder heeft verder gebeld.” Haar man Bennie was juist heel alert en scherp. ,,Hij ging meteen taken uitdelen.”

Elbrichs vader, lang actief geweest bij de brandweer, neemt een kijkje op zolder. ,,Die stond al helemaal blauw van de rook. Het ging allemaal zo snel. We hadden misschien een minuut. Het was heel onwerkelijk.”

Ook vanaf de straat komen mensen naar binnen om te waarschuwen. Brandweerkorpsen uit Bolsward, Witmarsum en Parrega rukken uit en hebben het vuur redelijk snel onder controle, maar kunnen materiële schade niet voorkomen.

Op 2 januari wordt het pand vrijgegeven en mogen Elbrich en haar man naar binnen. ,,Ik moest heel hard huilen toen ik er weer voor het eerst was.”

Eerst is ze nog voorzichtig optimistisch. Ja, bij binnenkomst in het portiek staat het water nog tot haar enkels en ja, er is veel roetschade, maar toch is ze dan nog enigszins positief gestemd. ,,Ik dacht: goh, wat erg, maar dit kunnen we nog oplossen.” Als ze de deur richting de woonkamer van de bovenwoning openslaat en de achterliggende ravage ziet, verandert die gedachte. ,,Toen zakte alle hoop in mijn schoenen.”

De zoektocht naar spullen die de brand overleefd hebben, richt zich al eerste op fotoalbums. ,,Mijn vader heeft op zolder nog één gevonden. De rest is weg..”

Inmiddels komt de stroom aan steunbetuigingen op gang. ,,Die kwam vanuit alle hoeken. Vanuit de kerk, van de Bolswarders..”, noemt Elbrich als voorbeelden. Haar zus heeft een winkel in Leeuwarden en doet van daaruit een oproep kaarten te sturen naar de gedupeerden. Ook daar wordt goed gehoor aan gegeven.

Verzekeringstechnisch duurt het even voordat ze de juiste mensen te pakken krijgen (,,mijn man is een dag aan het bellen geweest”), maar dat is goed geregeld, zo vertelt Elbrich. ,,Dus kunnen we nu echt vooruit kijken. We zijn blij met alle hulp en aanmoedigingen. Nu kunnen we alles weer opbouwen. Het is echt een prachtig plekje, dus dat willen we zeker houden.”

Samen met haar man woont ze nu tijdelijk bij haar ouders. ,,We zijn nu aan het dubben wat we gaan doen. Het gaat ongeveer een jaar duren. Misschien zoeken we ook iets om te huren in de tussentijd.”

In oktober kreeg het echtpaar de sleutels van de woning. Toen stelde het ten doel om voor Kerstmis hun nieuwe huis te betrekken. ,,Dat hebben we nu maar weer gezegd”, besluit ze.