Skûtsjesilen met Belgisch trekje: schipperspet mét!

GROU – Elk jaar klopt de voorzitter van de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen (SKS) aan bij het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek. Hij wil graag de museale pet van Fokke Wijkstra (1910-1990), maatje 58, mee naar Grou voor het openen van het zeilseizoen. Zonder deze pet wordt er niet gezeild. Hierin worden sinds de jaren zeventig de genummerde briefjes gedeponeerd voor de loting van de startvolgorde.

“De pet fan Wykstra” is een begrip in de skûtsjevloot. Bij de traditie dat schippers zich officieel met hun bemanning aanmelden voor de wedstrijdenreeks behoort ook dat er duidelijkheid vooraf is over de startvolgorde op zeiltechnisch lastige plaatsen. Al tal van jaren trekken schippers een lotnummer voor de wedstrijd op De Veenhoop waarbij het voor- of nadeel hier wordt opgeheven door voor Earnewâld een omgekeerde volgorde toe te passen.

Ter plekke

“Fokke, jow my dines even”. In een jolige sfeer moet toenmalig voorzitter Ernst Wester van de Kommisje Grou Wijkstra ooit gevraagd hebben zijn hoofddeksel te mogen gebruiken.  Fokke leende zijn pet uit, voor even. De mannen kenden elkaar als bemanningslid op Grou en dat werkte natuurlijk mee. In de volgende jaren werd er continue op zijn medewerking gerekend, voor ook even. Bijzonder is dat hij zijn pet ook vlak voor zijn overlijden in juli 1990 afstond aan de zeilorganisatie. “Wilens it sylbarren dêr’t hy sa’n leafhawwer fan wie, hat ús ferlitten ús skûtsjefreon Fokke Wijkstra. It lêste rak wie him te skraal”, aldus de advertentie in de Leeuwarder Courant van 17 juli 1990 van de VSB (Vereniging van Schippers en Bemanningsleden).

Zestig jaar geleden

“De pet fan him is noch bekender dan de man sels”. Dit soort opmerkingen typeert de tijdgeest. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog typeerde de pet de man. Hij kocht ‘maatje 58’ in het Antwerpse Schipperskwartier bij de vermaarde leverancier van petten en overig zeemansgerij Rossaert. Voorzien van een ankertje als insigne boven de klep kon hij in Fryslân met de kostbare blauwe schipperspet voor de dag komen. Het laat zich aanzien dat de pet die nu dankbaar in het museum wordt bewaard pas in 1975 is aangeschaft. Een soortgelijke donkerblauwe pet, eveneens met ankertje, siert hem al op een foto in de Leeuwarder Courant van 14 augustus 1959. Samen met de toen 52-jarige schipper Ulbe Zwaga van het Grouster skûtsje behoorde hij bij de kampioensploeg. Sedert medio jaren veertig zeilde Fokke Wijkstra al als los bemanningslid, maar bij Ulbe Zwaga begon naar zijn zeggen het echte werk. In 1961 maakte de schotenman de overstap naar Heerenveen en nadien naar Woudsend. Ook als bestuurslid van de VSB en later als lid van de Zeilraad maakte hij zich verdienstelijk met tussendoor ‘fletjesylwedstriden’ voor de jeugd. “De fletjesilers fan hjoed binne de skûtsjesilers fan moarn”, luidde zijn visie.

Schippersbloed

Fokke is geboren op 24 januari te Leeuwarden. Zijn ouders Hendrik Wijkstra, schipper uit Kortezwaag,  en Akke van Dijk woonden bij zijn geboorte in Franeker. Ook zijn grootvader waarnaar hij is vernoemd, was evenals hij binnenschipper. Uit zijn huwelijk met Anna Kombrink (1914-2013) sproten vier kinderen voort die allemaal hun hart verpanden aan het maritieme leven. De gezamenlijke liefde voor de zeilsport komt feitelijk in de schipperspet tot uiting. De jaarlijkse reis van zijn pet van Sneek naar Grou betekent ook plezier. In het zeilen. En in elkaar. Het geheim van dit hoofddeksel is, aldus een Friese bestuurder, dat bij het gebruik ervan nog niemand verloren en nog niemand gewonnen heeft en dus iedereen plezierig is.  “Mutte jou de pet mét?” “Ja, zonder gaat echt niet”.