Martien Lankester, netwerkende pionier nu ook officier

IENS

Martien Lankester uit Iens werd vorige week benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Hij ontving de onderscheiding als waardering voor zijn jarenlange inzet op het gebied van biologische landbouw. ,,Een hele verrassing en een hele eer”, beschouwt hij na. Het verhaal van een netwerkende pionier die niet bang is zijn hoofd boven het maaiveld uit te steken.

Lankester werd 69 jaar geleden geboren in Amsterdam, groeide op in Limburg en doet in perfect Fries zijn verhaal vanuit de fraaie boerderij in Iens, waar hij al meer dan veertig jaar woont. Hij studeerde geneeskunde, werd arts, maar hing als dokter ook onder de koeien om deze te melken op zijn boerenbedrijfje in Friesland. Volgt u het nog? Het leven van Lankester -een Engelse naam die in de zeventiende eeuw overwaaide naar Nederland- laat zich niet heel gemakkelijk samenvatten.

De rode draad is de landbouw. Op het gebied van biologisch boeren was hij een voorloper. Dit inzicht ontstond, niet geheel verrassend, op een bijzondere manier. ,,Ik maakte tijdens mijn studie geneeskunde een liftreis door Afrika”, begint Lankester zijn herinnering. ,,In Tanzania werden mijn toenmalige vriendin en ik opgepikt door een man. Hij was van de zevendedagsadventisten. Het was niet zozeer zijn geloof waarin ik geïnteresseerd was, maar wel hoe hij over voeding dacht. Normaal zie je vaak dat mensen een zak snoepjes in de auto hebben om uit te delen, hij had pinda’s en nootjes.” De man, een Amerikaanse arts, nodigde het tweetal uit om een kijkje te nemen bij zijn kleine ziekenhuis. ,,Daar hebben we een gesprek gevoerd over voeding. Dat was heel interessant.”

Tijdens zijn opleiding zocht Lankester al naar een stukje inzicht en dat vond hij in het Afrikaanse land. ,,We waren heel erg gericht op symptomatische bestrijding, maar ik miste de preventieve maatregelen.”

Sindsdien is de dokter zich gaan toeleggen op de biologische productie van voedsel. Terug in Amsterdam startte hij begin jaren zeventig met een groep gelijkgestemden een biologisch restaurant, las hij vele boeken over de manier van voedsel verbouwen en begon hij met het geven van cursussen. ,,Dat was met vallen en opstaan”, weet Lankester nog.

Na zijn studie, nu 42 jaar geleden, verhuisde hij naar Friesland. Van de drukke hoofdstad naar het nietige Iens. Een dorp met nog geen vijftig inwoners. ,,Het plekje was heel mooi”, zegt hij met gevoel voor understatement. In het plaatsje op de rand van Súdwest-Fryslân vervulde hij een opvallende dubbelfunctie.

Zijn praktijk aan huis liep goed, maar de mogelijkheid deed zich voor om zelf een stuk land te kopen. ,,Ik heb toen de stap genomen om boer te worden”, vertelt hij over zijn opmerkelijke carrièreswitch. Dat zorgde voor vreemde blikken in het dorp. ,,Hing ik als dokter onder de koeien. ’s Ochtends melken, douchen en dan de patiënten behandelen. En ’s middags ging het andersom”, vertelt hij glimlachend.

Hij wordt in die tijd -jaren tachtig- veel gevraagd als spreker. ,,Weet je door wie? Door de plattelandsvrouwen. Daar hield ik 90 procent van mijn lezingen.” Want op biologisch boeren rustte een sterk taboe en de vooroordelen waren dagelijkse kost. Dat wist hij langzaam te doorbreken. ,,Boeren benaderden mij en er ontstond een groepje van zes voor wie ik een cursus heb georganiseerd. Zo ontstond in Wommels de boerengroep ‘It Bigjin’. Ik had groot respect voor hen, want het kon grote financiële gevolgen hebben. Voor mij was dat bijzaak omdat ik mijn praktijk nog had.”

Met het opzetten van ‘It Bigjin’ ontdekt Lankester dat hij veel plezier haalt uit het organiseren van vernieuwende initiatieven. ,,Daar wilde ik meer mee doen.”

Nieuwe inzichten verwierf hij op een internationaal congres in Budapest, in 1990, net na de val de muur. Lankester was daar als Nederlandse vertegenwoordiger van de overkoepelende International Federation of Organic Agriculture Movements (IFOAM). ,,Daar ervoer ik dat Oost-Europa voor ’t eerst in een zelfde soort omkeersituatie zat.” Immers: veel communistische regimes vielen, maar de boeren daar was nooit geleerd hoe zelfstandig een bedrijf te runnen- alles was staatsgereguleerd.

Een half jaar later ging hij naar Tsjechië voor een overleg met geïnteresseerde boeren aldaar. ,,Op eigen houtje. Ik heb gevraagd: kunnen wij iets doen?” Het was de aanzet tot de oprichting van de Avalon Foundation, in 1991. Een organisatie die tot doel heeft in ontwikkelende economieën de biologische sector te versterken en ook projecten op het snijvlak van biologische landbouw en natuurbehoud te stimuleren.

Als doorbraak noemt Lankester de conferentie die zijn stichting in 1993 organiseerde in Tsjechië. ,,We hadden een goed programma, met goede sprekers”, weet hij nog. Maar over de belangstelling was het gissen. De uitnodigingen gingen de deur uit en Lankester ging kort op vakantie. ,,Toen ik terugkwam lag er een grote stapel papier bij de fax”, weet hij nog. Hij vertelt het met een enthousiasme alsof het evenement vorige week plaatsvond. ,,Vijf ministers en acht onderministers hadden aangegeven dat ze wilden komen. Vanuit Roemenië, Tsjechië, Estland en Letland”, somt hij op. ,,Ik dacht: wat heb ik nu aan mijn fiets hangen”, memoreert hij lachend.

Het congres blijkt een ware katalysator. ,,We hebben een goede indruk achtergelaten en daarmee heel veel goodwill gekweekt.” Tot zijn netwerk behoorden ineens ministeries van meerdere Oost-Europese landen. Dat leidde zelfs tot een klein tweede kantoor in Bulgarije.

Later breidde de stichting haar werkgebied uit naar Centraal-Azië en Afrika. ,,We hebben 150 projecten in dertig landen gedaan. Boeren moeten leren om goed voor de bodem te zorgen. Zij voeden niet de mensen, maar de grond”, is de filosofie van Lankester.

De laatste jaren houdt hij zich iets rustiger. Wel vindt hij dat het ,,nog niet snel genoeg gaat” met de duurzame landbouw in Nederland. ,,Dat mag best wat hoger op de agenda, want het is zo belangrijk. Zo basaal. Het is de basis van het leven.”