Freulewinnaar Menno Galama op weg naar de top: ‘allinnich talint is net mear genôch’

TJERKWERD

Freulewinnaar Menno Galama is op weg naar de top in het kaatsen. Hij realiseert zich echter wel dat het hard werken is. ,,Allinnich talint is net mear genôch.”

Winst op de Freule is voor de ‘grote mannen’ het bewijs dat je kunt kaatsen. ,,Mar ast dan mei har keatst, merkst wol dat it in oar nivo is. Ik koe altyd ta mei ien kear yn ‘e wike in pear ballen slaan, mar ik treen no minstens twa oant trije kear yn ‘e wike. Asto talint hast, kinst de ballen wol yn it perk bringe. Mar it is no de keunst om se der muoilik te bringen, mei mear gang. Dat is it grutte ferskil en dêrom moatst trene en eksperimenteare.’’

Menno Galama won vorig jaar samen met Hidzer Bogaard en Jelle Cnossen de 115de Freulepartij voor Bolsward. Een fantastische prestatie, realiseerde de 18-jarige Tjerkwerder zich. Natuurlijk was er alle lof, werd er gefeest en genoot hij van het succes. Maar als nuchtere boerenzoon wist hij ook dat hij ‘er’ nog niet was.

Want er ligt meer in het verschiet. ,,By de skoallejonges en sa stie ik altyd wol boppe-oan. Ik ha wol talint en dêrmei kinst dan in hiel ein komme. Mar no’t ik by de senioaren keats, is talint de basis.’’

Hij kijkt met bewondering naar een kaatser als Tjisse Steenstra. In zijn ogen op dit moment de beste. Waarom? Omdat Steenstra een allrounder is: aan de opslag, in het perk, hij is overal inzetbaar. ,,Tjisse is op it stuit de man. As ien út it partoer even minder is, moatst skowe kinne. En dat kin Tjisse, dy kinst oeral delsette omdat hy ek alle fasetten trenen bliuwt.’’

Galama heeft zijn zinnen gezet op de top in het kaatsen. Natuurlijk is dat de PC, maar ook het Klavertje Vier is een van die doelen die op zijn lijstje staan. En dat ligt volgens hem ook binnen de mogelijkheden als hij samen met de nu nog te jonge Jelle Cnossen een seniorenpartuur kan vormen. ,,As wy de Jong Nederland winne, dan is der tiid genôch foar de Bond en de PC.’’

Om die top te bereiken heeft hij het trainingsschema drastisch omgegooid: van een keer in de week een balletje slaan tot driemaal hard werken onder leiding van fenomenen als Gerrit Okkinga, Tunno Schurer of Arie den Breejen. Daarnaast speelt hij in de A1 van Sc Bolsward en staat hij vaak in de sportschool. Veel vrije tijd heeft hij niet. Want behalve incidentele trainingen met zijn maten, werkt hij thuis op de boerderij en bij een hovenier. En als hij niet sport of werkt, zit hij in de NHL-schoolbankjes voor zijn studie docent scheikunde. Nog wel, want volgend schooljaar begint hij in Groningen aan de studie Fysiotherapie. ,,Dat is in fak dat ik leuk fyn om de kommende 40 jier fan myn libben te dwaan, ha’k betocht. Mar miskien pak ik letter skeikunde wol wer op.’’

Vanzelfsprekend gaat hij naar de PC, maar dat moet dit jaar nog als toeschouwer. In de eerste cyclus kaatste hij naar eigen zeggen verdienstelijk en met plezier met Lennart Adema en André van Dellen. Zij kozen voor de tweede cyclus echter voor de Hartwerder Gerrit Jan Duiven. Menno Galama stelde na een paar fikse baaldagen met Corné Tuininga en Jan Sipke Tuinman en is weer achterinse. Zij haalden echter niet genoeg punten om de Keats-Off te halen.