Expositie ‘In bannich libben’ in it Tsiispakhûs

WOMMELS

In museum it Tsiispakhûs is op de begane grond de wisseltentoonstelling ‘In bannich libben’ te zien, naast de blijvend aanwezige geschiedenis over de boter- en kaasbereiding in Friesland .

Op de wisseltentoonstelling ligt het accent op het melkvervoer in Friesland en dan vooral dit vervoer in de wintermaanden als de vaarten (toen nog) vol ijs lagen en de melkboot er niet door kon. De vele zwart-wit foto’s tonen ook de beurtvaart in de Greidhoeke en de melkrijders en zijn omringd door objecten en krantenartikelen over dit onderwerp. De vroegere eigenaren van it Tsiispakhûs hadden immers ook het beurtschip van Hennaarderadeel voor de wal liggen en oefenden de beurtvaart uit.

Op de foto’s is het vervoer van melk in melkbussen te zien, dus de tijd voordat de melktanks op de boerderij kwamen en dit waren vaak nog bussen van 40 liter. Het vervoer over het water van en naar de zuivelfabrieken ging met een speciale melkschouw als de boerderij met paard en melkwagen onbereikbaar was. Een schouw bezit de eigenschap dat de voorkant op het ijs kan schuiven waardoor het ijs door het gewicht breekt en de melkboot weer een eindje verder kan varen. In de winter was de melkvaart bij sterk ijs met de slee soms dagwerk en hiervan zijn mooie afbeeldingen te zien.

In bannich libben als de melkvaarder of de melkrijder zelf ook melkvee bezat dat eerst gemolken moest worden. Hierna volgde een rit of vaart van drie à vier uur, gevolgd door het werk op de eigen boerderij, het avondmelken en dan nog de laatste rit of vaart naar de fabriek. Soms deed hij voor de boeren ook de boodschappen of nam voor de boer tussen de bussen een kalf of een varken mee in de boot. Bedenk wel dat de melkwagens eerst nog voorzien waren van massieve houten banden en de melkboten vaak geroeid of aan de lijn getrokken moesten worden (tot 1935).

Het is bekend dat melkvaarders onderweg vaak aanlegden en het land in gingen om kievitseieren te rapen, die in een kaasnetje in het warme koelwater van de motor werden gelegd en eetbaar waren bij thuiskomst.

Op de televisieschermen zijn meerdere korte zwart-wit films aan te klikken die het vroegere vervoer, het kaasmaken en de boterbereiding laten zien.

Ook het onlangs verschenen boek ‘Van melkrijder tot fabrieksdirecteur’, geschreven door Jan en Klaas Ybema (Workum), is in het museum verkrijgbaar.

De tentoonstelling is te zien tot en met 28 oktober.