Hoe een naar Zeeland verhuisde Bolswarder tientallen Zeeuwen aan een Elfstedenkruisje hielp

BOLSWARD

Tussen de vijftienduizend fietsers stond maandag ook tiental uit het Zeeuwse Heinkenszand aan de start. Dat heeft alles te maken met de verhuizing van een oud-Bolswarder naar Zeeland. Hoe de in augustus overleden Dirk van der Meer tientallen Zeeuwen aan een Elfstedenkruisje hielp.

,,Eén, twee, drie..” Anny van der Meer begint te tellen. ,,Negenenzeventig, tachtig!” Het is het aantal namen dat prijkt op een tweetal schilderijen dat haar overleden echtgenoot kreeg bij een jubileum. Het is tevens de groep mensen uit Zeeland die dankzij Dirk van der Meer de Fietselfstedentocht voltooide. ,,Maar het zijn er meer hoor”, voegt weduwe Van der Meer daar vlug aan toe.

Ze koestert de herinneringen die het gezin dankzij haar man heeft opgedaan. ,,We hebben zulke mooie tijden gehad”, mijmert ze.

De band van Van der Meer met de beroemde Friese fietsroute is geen toevallige. Zijn vader was in 1912 één van de deelnemers aan de allereerste editie en jarenlang startte de tocht voor zijn ouderlijk huis aan de oude koemarkt. Zelf voltooide hij de 230 kilometer 25 keer, maar het was niet direct vanaf zijn zestiende raak. ,,Hij was veertig”, weet zijn vrouw te vertellen. Dirk van der Meer begon op zijn dertigste met studeren in Groningen en verhuisde op 37-jarige leeftijd als afgestudeerd fiscaal jurist naar het Zeeuwse Heinkenszand. Als cadeau voor het behalen van zijn diploma, kreeg hij van zijn broers en zussen -het gezin telde twaalf kinderen- een fiets. ,,Daarop ga ik de Elfstedentocht fietsen”, had hij gedacht. En zo geschiedde. Hij ging in zijn eentje. Anny weet zijn reactie nog. ,,Hij zei: dit vind ik zo mooi. Dit kan ik niet voor mijzelf houden.” En dus gingen het volgende jaar twee nichtjes mee. En zij waren niet de enigen die gevoelig bleken voor het virus. Als een olievlek ontwikkelde de populariteit voor de tocht zich binnen de familie en vriendenkring. Later waren de kinderen aan de beurt, en ook hun vrienden werden besmet. De grootste Zeeuwse delegatie kende ooit 27 leden.

In de caravan en gewapend met tentjes ging het gezelschap naar Friesland. Daar verbleef het op campings of bij boeren in Burgwerd en Bolsward. ,,Ik ging dan naar de supermarkt in Bolsward en haalde eten. Ik kocht zo ongelooflijk veel, maar het ging altijd op”, herinnert Anny zich lachend. Om die reden fietste ze zelf nooit. ,,Ik was fourageur.”

Van der Meer was een enthousiasteling, maar had wel een regel: ,,Ze moesten van tevoren oefenen van mijn man. Je kon niet zomaar meedoen”, aldus Anny.

De jaren nadat Van der Meer zelf niet meer fietste, kwamen zijn dorpsgenoten die op Pinkstermaandag wel de 230 kilometer hadden afgelegd langs om hun kruisje en volle stempelkaart te laten zien. ,,Ook vorig jaar nog”, vertelt Anny.

Wytze Franzen was lange tijd secretaris van het Elfstedenbestuur en regelde tientallen kaarten voor hem. Hij beschouwde Van der Meer als een vriend. ,,Hij was voor ons de ambassadeur van de Fietselfstedentocht in Zeeland. Dat was zijn titel”, zegt hij lachend.

De tien leden van de Zeeuwse fietsgroep Gruppetto HKZ die maandag de 230 kilometer aflegden, behoren ook tot de ‘geïnfecteerden’. Margot Geijs is één van hen. Haar vader en Van der Meer spraken in 1995 over de liefde voor het fietsen en de Bolswarder regelde kaarten voor vader en dochter. ,,Sindsdien gaan we ieder jaar”, zegt Geijs. De samenstelling van de groep wisselt dan wel jaarlijks, het enthousiasme is niet minder. En de aanstichter hiervan wordt niet vergeten: ,,Bij de start zullen we aan Dirk denken en zeker als we aankomen”, vertelde Geijs daags voor de Elfstedentocht. ,,Als je Dirk zegt, zeg je Fietselfstedentocht.”

Rectificatie: in de gedrukte krant van woensdag staat dat Van der Meer in september overleed. Dit moet augustus zijn.