Jan en Akke Terbraak gaan op voor hun 100e Elfstedenkruisje

BOLSWARD

Hij gaat op voor zijn 56e Elfstedentocht, zij hoopt op Pinkstermaandag haar 44e kruisje in ontvangst te nemen: het echtpaar Jan en Akke Terbraak, beiden 72 jaar, heeft, als alles goed gaat, na maandag samen honderd keer Frieslands beroemdste route gefietst.

,,Ik moest wachten tot ik zestien was”, weet Jan nog, teruggaand in de tijd. De geboren en getogen Bolswarder, tegenwoordig woonachtig in Hoogeveen, keek met enige jaloezie naar zijn oudere broers die hun eerste kruisjes al binnenfietsten. Toen hij de minimumleeftijd om deel te nemen had bereikt, was het meteen raak. Sindsdien ziet zijn Pinkstermaandag er al 55 jaar min of meer hetzelfde uit. ,,Ik weet nog dat mijn ouders 25 jaar getrouwd waren, toen mochten mijn broers ‘m niet fietsen. Ze waren laaiend. Ik dacht: ‘het is toch feest?’. Later veranderde dit. Als mij zoiets gebeurt, ga ik wel eerst fietsen”. Zo werd al twee keer de verjaardag van zijn schoonmoeder op een andere dag gevierd omdat deze beide keren op de maandag van het Pinksterweekend viel.

Zelf trouwde hij met Akke uit Poppingawier. Niet veel later was ook zij besmet met het elfstedenvirus. ,,Het was bij onze familie gebruikelijk dat de vrouwen en vriendinnen minstens één keer de Elfstedentocht fietsten”, legt Jan uit. Voor Akke was dit geen probleem, zo blijkt wel uit haar ‘staat van dienst’. ,,Ik fietste vaak vanuit mijn werk bij Bloemkamp naar huis en ik moest altijd al op fiets naar school in Sneek. Voor de tocht hebben we een paar keer een rondje Burgwerd-Hichtum gedaan.”

Van racefietsen en fietsbroekjes was toen nog geen sprake. De eerste zeven edities deed het echtpaar op ‘gewone’ tweewielers mee, daarna werd een tweedehands race-exemplaar op de kop getikt. ,,Nu hebben we wel knappe racefietsen”, vertelt Akke. Eén keer voltooide ze de 230 kilometer niet, nadat hun schoondochter was gevallen en per ambulance naar het ziekenhuis moest. ,,Achteraf had ik misschien nog kunnen opstappen, maar je wilt er dan toch ook zijn voor je schoonzoon.”

Na haar dertigste keer, besloot ze bijna de handdoek te werpen. ,,Ik dacht: ik fiets niet meer. Ik had altijd last van mijn rug.” Gelukkig voor haar kwam er hulp van hun zoon, die fysiotherapeut is. ,,Hij zei: ‘mam, je doet alles vanuit je rug. Je gebruikt je benen niet’. Na wat gerichte oefeningen besloot ze na een jaartje vrijaf toch weer op te stappen. ,,Nu fiets ik als een tierelier.” ,,Het is een lust om naar te kijken”, complimenteert haar man haar.

Van de honderdste editie maakt het echtpaar een klein familiefeestje. Hun zoon uit Haarlem komt over en hun dochter, zij woont in Perth (Australië), stapt in het vliegtuig om deel te nemen. Verder nog twee kennissen uit Australië en een handvol neven en nichten. ,,We zijn met dertien in totaal”, vertelt Jan. Het gezelschap is te herkennen aan felgeel hoesje om hun fietshelm.

En ondanks een fraai gezamenlijk jubileum, is van stoppen na dit jaar nog geen sprake: ,,Absoluut niet”, klinkt het stellig. Jan jaagt daarbij op het record van meeste deelnames, dat nu staat op 64. ,,Als dat zou kunnen.. Wij gaan door zolang we gezond blijven. En het is echt niet zo dat we fietsen om het fietsen. We genieten er echt van.”

Yme Gietema.


Auteur