Johan Hoekstra vertelt over het uitstervingsgevaar van een eeuwenoud ambacht: ‘Ik wil rietsnijder blijven’

GAAST

Tot 1 april hadden ze om hun velden kaal te snijden. Nu is het tijd voor het broedseizoen van de vogels. En voor de rietsnijders tijd om de oogst te verhandelen. Johan Hoekstra (28) vertelt over een eeuwenoud ambacht dat bedreigd wordt door concurrentie vanuit China.

,,Zo ging het vroeger", vertelt Hoekstra, wijzend op een verroeste zeis die ooit van zijn opa was. Later pakt hij een aantal fotoalbums om de technologische ontwikkelingen in zijn beroep aan te tonen. ,,Kijk, er ging ook wel eens iets mis", zegt hij lachend. Op de foto zijn vader die met de rietsnijder door het ijs is gezakt. ,,Kan gebeuren."

Hoekstra komt uit een familie van rietsnijders. Opa begon er mee, vader nam het over en zelf ging hij ,,toen ik amper kon lopen mee het veld in”. ,,Als jochie heb ik altijd gezegd: ik wil het riet in", weet hij nog.

Hoekstra’s vader overleed op jonge leeftijd en toen hij net drie maanden achttien was ontviel ook zijn moeder hem. Zo kwam hij eerder dan gepland op eigen benen te staan. ,,Op mijn zestiende had ik al mijn eigen stukken land. Dat deed ik naast school", vertelt de jonge ervaringsdeskundige.

Want zo werkt het in de rietsnijderswereld in Friesland: de ambachtslieden pachten stukken land van It Fryske Gea of Natuurmonumenten, de organisatie die zo’n tienduizend hectare grond beheert in de provincie. Het begon voor Hoekstra vlakbij zijn ouderlijk huis in Gaast, waar langs de zeedijk vele riethaarden staan. Langzaam breidde hij zijn territorium uit. ,,Ik heb nu stukken land tot Nijemirdum aan toe", vertelt hij.

De vorstperiodes van afgelopen winter stelden hem in staat om op plekken te komen die normaal gesproken moeilijk bereikbaar zijn met ‘de rups’, het voertuig waarmee Hoekstra de velden maait. Bovendien was het riet in goede conditie om gesneden te worden. De simpele redenatie voor een rietsnijder: ,,Als het riet droog is, dan maaien wij." Het waren dan ook drukke weken, erkent Hoekstra.

De weersomstandigheden maken het werk vergankelijk. ,,Als het blad van het riet af is, en het is droog, kunnen wij beginnen. Geen dag is hetzelfde, geen week is hetzelfde en daardoor is ook geen jaar hetzelfde", legt Hoekstra uit. Nu is het tijd om de oogst op te halen en te verwerken voor de handel. Ook dat doet hij zelf. ,,Ik maak bosjes met een doorsnee van 55 centimeter en die gaan per honderd in een bak", zo vertelt hij. Op die manier heeft de ambachtsman het gehele proces in handen. ,,Dat is mooi. Je begint met het maaien en je eindigt met het opbinden om het vervolgens op de vrachtauto weg te zien gaan."

En waar dat vroeger van een leien dakje ging -Hoekstra had een aantal vaste afnemers- heeft hij tegenwoordig te maken met stevige concurrentie vanuit China. Met name de laatste twee jaar is de import vanuit dat land sterk toegenomen. ,,Ik maak me niet snel zorgen, maar het is niet leuk momenteel", spreekt hij bedeesd. Zijn toon verandert als het gaat om het ‘handelsgedeelte’ van zijn onderneming. Waar hij vroeger min of meer verzekerd was van een afnemer, moet hij deze dagen zelf de telefoon oppakken om zijn riet aan de man te krijgen. Bepaald niet zijn favoriete onderdeel van de eenmanszaak.

Over de toekomst spreekt hij zich voorzichtig uit: ,,Import zal altijd nodig blijven, maar het zou mooi zijn als we eerst ons eigen riet opmaken. Dit moet niet nog tien jaar zo doorgaan." Want er kleeft ook een gevaar aan het uitsterven van de rietsnijders. Als de velden niet goed onderhouden worden, treedt verwoekering op.

Voor Hoekstra geldt: ,,Zolang ik mijn riet nog kan verhandelen, ga ik door. Ik wil rietsnijder blijven."

It Fryske Gea: ‘We volgen de ontwikkelingen’

,,We volgen de ontwikkelingen op de voet”, vertelt Germ van der Burg, Districtshoofd West van It Fryske Gea als het onderwerp over de Chinese concurrentie ter sprake komt. ,,We hebben contacten met verschillende rietsnijders uit de provincie en we vragen hen naar hun ervaringen. Daar waar nodig anticiperen we. Zo hebben we bijvoorbeeld de laatste jaren de pachtprijs niet verhoogd.”

Hij erkent de invloed van de rietimport uit China: ,,De handel staat onder druk door de Chinese handel.”

Een eenduidige oplossing heeft Van der Burg daar nog niet voor: ,,Dat is per rietland verschillend. We zullen daarin zorgvuldige keuzes moeten maken.”

Yme Gietema.