Twee Makkumer ondernemingen bestaan 125 jaar en vieren samen feest

MAKKUM

Rinia Fietsen en Hoeksema Kapper: twee totaal verschillende ondernemingen met twee sterke overeenkomsten. Beide vieren deze maand hun 125-jarig bestaan en beide eigenaren zijn op en top Makkumers. Daarom volgt een groots feest. 

Rinia Fietsen en Hoeksema Kapper: twee totaal verschillende ondernemingen met twee sterke overeenkomsten. Beide vieren deze maand hun 125-jarig bestaan en beide eigenaren zijn op en top Makkumers. Daarom volgt een groots feest.

Durkje Hoeksema en Timen Rinia zitten gezamenlijk in de salon van eerstgenoemde. De kapster vertelt enthousiast over de plannen rond het aankomende jubileum, de eigenaar van de fietshandel knikt instemmend. ,,Dit is voor een groot gedeelte haar verdienste”, erkent Rinia. Want de oer-Makkumers willen de bijzondere gebeurtenis graag met hun dorpsgenoten delen. Daarom organiseert het tweetal op 27 mei een groot feest in de tuin van voormalig notaris Wallis-de Vries en zijn vrouw. En wat verbindt een kapster met een fietsenmaker? Juist, de snorfiets, zo hadden ze zelf bedacht. Vandaar een heuse snorrenwedstrijd (Durkje: ,,dat leeft al behoorlijk in het dorp”) en een wedstrijdje zo langzaam mogelijk fietsen. Oh, en nog veel meer.

Hoe kwam het zo ver? Wel, daarvoor gaan we terug in de tijd. Terug naar mei 1893. Overgrootvaders Tjeerd Rinia (1 mei 1893) en Ynze Hoeksema (24 mei) starten beiden met hun onderneming.

Tjeerd Rinia wordt jong wees en beseft dat het leven op de boerderij in Cornwerd, waar hij op dat moment op aangewezen is, niks voor hem is. Hij vertrekt naar Utrecht, leert de kneepjes van het vak als smid en komt later terug naar Makkum om in 1893 de zaak te openen. Na een aantal jaren als instrumentenmaker en elektricien te hebben gewerkt, blijkt dat de fiets steeds populairder wordt in het straatbeeld. Die opmars leidt tot een uitbreiding van het aanbod van Rinia en zodoende is de fietsenhandel geboren.

Drie generaties later is het de beurt aan Timen Rinia. Hij lijkt bepaald niet in de wieg gelegd voor een carrière in de fietsenhandel. De huidige eigenaar verlaat de middelbare school vroegtijdig en belandt op zijn twintigste in de scheepvaart in Den Helder. Naar eigen zeggen om zichzelf ,,discipline bij te brengen”. Hij reist de hele wereld over, maar benadrukt wel dat Makkum altijd zijn thuis is. In 2008 ligt hij met zijn schip voor anker in een Portugese haven als hij naar huis belt. Zijn ouders willen de zaak verkopen, zo ontdekt hij. Dat zet Timen aan het denken en uiteindelijk besluit hij zich beschikbaar te stellen voor de overname. Het ouderlijk advies? Denk er goed over na. Uiteindelijk heeft junior doorgezet, ook door zijn veranderende gezinssituatie: er was een baby op komst. De globetrotter had zijn anker voor het laatst uitgegooid en zette definitief voet aan wal in Makkum. En ondanks sommige lastige jaren, gaat het goed met de zaak. Met behulp van vader Theo heeft de winkel onlangs een tweede filiaal in Harlingen geopend.

Dan naar de kapperszaak, even verderop in de Kerkstraat. In de salon hangt een fraaie tegel met daarop portretten van de vier generaties eigenaren. Uiterst links de oprichter, Ynze Hoeksema. Naast het knippen heeft Hoeksema een schoenmakerij en verhuurt hij rouwsluiers. Hij overlijdt echter al op 47-jarige leeftijd, waardoor zoon Sjouke de zaak al op zijn veertiende overneemt. Een moeilijke tijd, want een jochie van veertien heeft niet direct het vertrouwen van de klanten. Toch blijft de zaak bestaan. Ook Sjouke heeft een ‘side-business’: naast het knippen verkoopt hij tabak. Ook hij moet door ziekte vroeg de schaar neerleggen. De derde generatie start daarom ook op jonge leeftijd. Jentje Hoeksema is zestien als hij in 1952 instapt. Hij zet het knippen en scheren door en verkoopt daarnaast houten klompen. Hij kent in dochter Durkje een trouwe fan. Ze zit vaak in het hoekje te kijken hoe haar vader knipt. In het jaar van het honderdjarig bestaan van de zaak, haalt ze zelf haar kappersdiploma. Beiden nemen vanaf dan een dagdeel voor hun rekening en langzaam neem dochterlief het helemaal over, ondanks het negatieve advies van vader. ,,Hij zei: ‘must gjin kapper wurde hjer”, maar ik ben eigenwijs geweest”, vertelt Durkje lachend. Dat blijkt erfelijk te zijn, want alle drie de opvolgers kregen hetzelfde advies. Ook zij houdt het niet alleen bij knippen en scheren. Durkje legt zich toe op het vervaardigen van hoeden. Deze verkoopt en verhuurt ze in het naastgelegen pand.

Ook zij is verknocht aan het dorp waar ze geboren is, opgroeide en haar hele leven al woont. ,,Ik ben nog nooit langer dan zeven dagen uit Makkum geweest”, bekent ze. ,,Ik ben verbonden aan Makkum en ik ben trots op het dorp.”

Vandaar ook het grootse feest, de laatste zondag van deze maand. ,,Dat is voor de Makkumers”, zegt Durkje. Timen knikt wederom instemmend.

Yme Gietema.


Auteur

Yme Gietema Redacteur Bolswards Nieuwsblad