COLUMN | Dwarsliggers

Ze lagen dwars en zelfs schots en scheef, gewoon onder het plaveisel voor de Broerekerk. Dat blijkt nu de gemeente de tegels voor de kerk heeft gelicht in verband met de werkzaamheden voor de plaatsing van de vleermuisfontein. Ooit maakte de kerk deel uit van een flink kloostercomplex met bijhorende kloostertuin en begraafplaats. Vandaar dat men bij de werkzaamheden op de dode Bolswarders van weleer stuit. Dus zijn er nu archeologen in de gegraven kuil in de weer om de resten van onze voormalige stadsgenoten een beetje fatsoenlijk naar de oppervlakte te halen.

En dat gebeurt onder het toeziend oog van de huidige generatie Bolswarders op leeftijd, die met de handen in de zakken graag commentaar leveren op deze werkzaamheden. Zo kreeg een archeoloog die met een kwastje voorzichtig wat zand van een schedel borstelde te horen dat zijn kwast toch echt meer haar had dan de schedel zelf. Een andere onderzoeker kreeg de vraag ‘of dominee Douma al gevonden was’. Dat was namelijk de laatste dominee van Broerekerk. Een andere Bolswarder constateerde dat de kuil waarin de mannen aan het werk waren diep en groot genoeg was om de hele vleermuisfontein in te laten verdwijnen. “Zand er over en je hoort ons in Bolsward er niet meer over klagen”, was zijn conclusie.

Zo zal het echter niet gaan. Al liggen de dode Bolswarders nog zo dwars als het om de fontein gaat, ook hun verzet mag niet baten. Zelfs zij moeten wijken voor de vleermuis.