COLUMN | Normaal

Het was gewoon een stoep waarop ik liep. Ook wel trottoir of voetpad genoemd. Het weggedeelte dus dat bedoeld is voor de voetganger en dat netjes van de iets lager gelegen rijbaan is gescheiden door middel van een stoep rand. Zo kon er dus geen misverstand ontstaan tussen het deel waar men geacht werd te lopen en het deel dat bestemd was om al dan niet gemotoriseerd te rijden. Nu wilde het geval dat de klinkers in de rijbaan door ijverige stratenmakers keurig opnieuw in de weg werden gelegd.

Dat was noodzakelijk ook, want er waren in de loop der tijd flinke kuilen en stevige hobbels ontstaan. Het wegdek was dus even tijdelijk

buiten gebruik voor het verkeer. Auto’s moesten omrijden, maar voor fietsers was er natuurlijk nog altijd de stoep om naar uit te wijken. En dat deden zij massaal. Zo werd ik van voren en van achteren door bellende en roepende tweewielers belaagd die mij op het toch vrij smalle voetpad fietsend wilden passeren.

En na een paar sprongen die noodzakelijk waren om het vege lijf te redden was ik het zat. Dus de eerstvolgende fietser die mij luid bellend naderde had pech. Ik ging niet aan de kant en de man moest vol in de remmen. “Zie je me niet”, riep hij woedend. “Jawel, maar dit is de stoep”, zei ik. “Doe eens normaal, man. Ga aan de kant”, beet hij mij vervolgens zonder af te stappen toe. Het is maar net wat je normaal noemt.