Hans Wiegel tapt eerste biertje op dubbele feestdag voor café de Freonskip

Blauwhuis

 Café de Freonskip in Blauwhuis had maandag twee redenen om de slingers op te hangen. De heropening van de volledige verbouwde feestzaal werd gezien als reden voor een feest en daarnaast vierde de familie De Wolff het feit dat ze het café vijftig jaar ‘in de familie’ hebben.

Niemand minder dan Hans Wiegel, voormalig commissaris van de koningin, tapte op maandagmiddag rond vieren de eerste biertjes in de verbouwde feestzaal. De eerste twee waren voor Gerard en Gerda de Wolff, eigenaren van het café aan de Vitusdyk. Van de derde nam hij zelf gretig een slok.
Naast de oud-politicus waren veel vrienden, familieleden, bekenden en dorpsgenoten aanwezig bij de heropening. ,,De eerste blik bij veel bezoekers was één van: ‘Whauw! Wat is hier gebeurd?’”, verwoordt Gerda de Wolff het gevoel bij de aanwezigen. Haar man omschrijft de dag als ‘bêst genôch’: ,,Het was heel goed geslaagd. We hebben veel positieve reacties gehad. Nu proberen we weer in een normaal leven te komen.”

Einde aan verbouwperiode

Met de nieuwe inrichting van de grote feestzaal is voorlopig een einde gekomen aan een gefaseerde verbouwperiode van vijftien jaar, waarin De Wolff het café volledig heeft gemoderniseerd. In die tijd hebben Gerard en Gerda De Freonskip een ware facelift gegeven. ,,We hebben alles eruit geveegd", steekt de eigenaar van wal. De nieuwe inrichting van het pand werd in etappes uitgevoerd. In 2011 werd het café aangepakt, twee jaar later kregen het sanitair en de hal een upgrade. Hiervoor was al de oude rokersruimte omgeturnd tot slijterij. Met het voltooien van de vernieuwde grote zaal is de laatste grote klusperiode ten einde. ,,Nu hebben we alle projecten bijna gehad. We hebben er echt een eigen draai aan gegeven", kijkt De Wolff tevreden terug. ,,We doen het ook voor Blauwhuis. We hopen dat zij er een soad wille van hebben." Hij nam het stokje anderhalf decennium over van zijn ouders, die het na 35 jaar ‘mooi geweest vonden’. De Wolff junior twijfelde geen moment om de zaak voort te zetten ,,Ik wilde het graag overnemen. Het is een magnifiek pand en ik ben graag eigen baas. Dan kan ik mijn eigen creativiteit kwijt."

Geschiedenis bewaard gebleven

Het gebouw is dan wel gemoderniseerd, de geschiedenis wordt bepaald niet uit het oog verloren. Portretten van alle oud-prinsen carnaval -vijftig in totaal- prijken nog aan de muur in het bargedeelte. En ook het kleine museumpje, ingericht door de Gerben Rypma Stifting, houdt de geschiedenis in ere. Dit jaar gaat de tentoonstelling over de tijd dat schrijver Gerard Reve in buurdorp Greonterp woonde. Reve beschouwde De Freonskip in de jaren zestig als zijn stamkroeg. Hij verruilde Amsterdam voor het dorpje langs de Opfeart en stond te boek als een markant figuur in het verder rustige Blauwhuis.

Vergroeid met het café

De horecacarrière Gerard de Wolff begon indirect in 1967, toen zijn ouders Titus en Willy het café aan de Vitusdyk overnamen van de familie Witteveen. ,,Als klein jongetje stond ik al glazen te spoelen", gaat de huidige eigenaar terug in de tijd. ,,Wel op een kratje hoor, anders kon ik er niet bij", voegt hij daar lachend aan toe. Gerard groeide praktisch op in De Freonskip. ,,Maar we mochten als kinderen niet in het café komen", herinnert hij zich. ,,Mem werkte in de keuken. Daar aten wij ook." Het gezin woonde boven de kroeg. De Wolff vergroeide met het café en heeft in de jaren dat hij de scepter zwaaide nooit personeel in dienst gehad. ,,We hebben één interieurverzorgster", klinkt het nuchter. ,,Maar het is mooi werk. Ik zit mijn hele leven al in de horeca." Tijdens de zomermaanden komen veel dagjesmensen en toeristen langs, maar het is niet alleen de zomer waarop De Freonskip teert. De Blauwhúster Merke -dit jaar voor de 144e keer- is een jaarlijks hoogtepunt, evenals het carnaval. En in de winters is er het klaverjassen en biljarten. Daarnaast wordt en gejubeld op bruiloften en getreurd tijdens uitvaarten. ,,We zijn zes dagen per week van 11.30 tot 23.30 uur open", zegt De Wolff. En voorlopig is de uitbater nog niet klaar. ,,Ik zit op de helft van mijn carrière. Over vijftien jaar ben ik 65, dan is het mooi geweest." Of één van zijn zoons -negen en elf jaar- de zaak in de familie houdt, is nog te vroeg om te zeggen. ,,We leggen ze geen druk op", aldus De Wolff.
Yme Gietema.

Auteur

Redactie