COLUMN | Grillworst

Bolsward

Speciaal voor de grillworst bezochten zoon en ik de gele supermarkt aan de Snekerstraat. Maar anders dan de saté-, kaas-, kip-, sambal-, cajun- en rozenwatergrillworst, lag de gewone niet in het schap. Wij zagen ons gedwongen contact te maken met personeel. Tegenover ons stond een meisje van misschien 18 jaar. ‘Heeft u ook gewone grillworst?’ vroegen wij. ‘Ligt dat er niet bij?’ ‘Nee, mevrouw.’ ‘Dan kijk ik even.’ Ze liep weg en dook even later weer op met de mededeling dat de naturelworst nog lag af te koelen, en nog niet verkocht mocht worden. ‘Ach,’ zeiden wij. ‘En hoe lang duurt dat nog?’ ‘Nou, ongeveer tot het einde van de dag.’ ‘Zo!’ riepen wij, ‘dan zijn ze wel heet.’ ‘Ja,’ bevestigde het meisje. ‘Heel heet, en pas als ze onder de 17 graden zijn, mogen we ze verkopen.’ Zoon keek mij in paniek aan. ‘Maar waarom 17?’ ‘Omdat de klant zich anders verbrandt.’ De Klant. Ineens werden we aangesproken in de derde persoon. ‘Tja,’ gingen wij met haar mee. ‘Dat kunnen we niet hebben, hé.’

Ik stelde voor dat we een ongesneden stuk worst kregen in een papieren zak, zodat we er niet mee in aanraking hoefden te komen en eventueel plastic niet verschrompelde door de enorme hitte. Het meisje moest overleggen met een collega. Ik hoorde haar fluisteren over graden, snijden en verbranden, maar het verlossende woord kwam toch nog relatief snel. Het mocht. Ze liep naar achter en kwam met een grote worst in haar handen weer terug. ‘Hoeveel wilt u hebben?’ vroeg ze. Maar wij konden niet meer antwoorden. Ruben Korfmaker.

Auteur

Redactie