COLUMN | Het kind en de dood

Bolsward

Na mijn werk ging ik eens een keertje wandelen met een oppaskind. Een meisje van drie jaar oud. Wij gingen o.a. eventjes naar het speeltuintje bij ons in de buurt. Toen wij later weer bijna thuis waren, vroegen een paarbuurtkinderen aan ons of wij misschien een grijsgekleurde poes hadden. En ja, dat was inderdaad het geval. Vervolgens zeiden zij: “Die poes is dood! Wij hebben haar in een doosje gedaan. Ze kwam onder een auto terecht.” Toen wij daarna in dat doosje keken, bleek daarin inderdaad het kadaver van onze poes te liggen.

Het meisje keek er met verbijstering naar. En ze zei tegen mij: “kan niet meer lopen”en ze zei: “kan ook niet meer praten.” Toen antwoordde ik haar: “Wij kopen wel een nieuwe poes.” Daarna leek het haar niet meer te deren. Een half jaar later was het meisje met haar moeder in een kledingwinkel. Haar moeder ging op zeker moment het pashokje in om een truitje te gaan passen. En het meisje bleef daar achterin de winkel eventjes alleen rondlopen. Op zeker moment zag een andere vrouw haar lopen. En nog voor haar moeder weer uit het pashokje vandaan kwam, vroeg die vrouw haar: “Waar is je moeder?” Het meisje antwoordde: “Mijn moeder is dood! Ligt in een doosje!” Die vrouw kreeg erg medelijden met haar. En ze zei tegen haar: “wat toch zielig dat je moeder dood is”. Daarop zei het meisje tegen haar: “kopen wel een nieuwe moeder.” Jelle Ybema.

Auteur

Redactie