COLUMN | Franse les

Bolsward

Samen met vrouw en twee pubers, bevond ik mij aan de mooie klifkust tussen Calais en Boulogne. We verbleven bij vrienden op een verbouwde boerderij en het leven was er goed.

Op een van die goede dagen observeerden de pubers en ik Patrick. De eigenaar van het paradijsje, dat hij overigens met twee handen, een flinke dosis werklust en ongelooflijk weinig hulp heeft opgebouwd. We troffen hem nu echter aan met zijn linkerhand boven het hoofd leunend tegen de deurpost, rechterhand in de zij, linkerbeen nonchalant gebogen. Een man, kortom, in ruste.

Nu hoort de bezoeker van een land, zo is mijn overtuiging, iets te weten over de gewoontes en tradities van dat land, en ik beschouwde het in dit geval als mijn taak om mijn tafelgenoten, op weg naar wasdom, die kennis te verschaffen.

Ik begon een verhandeling over de essentie, de kern van de Franse natie, de diepgewortelde Gallische ziel. Ik zei: ‘Kijk jongens, dit is nu een typisch Franse werkhouding.’ De heren keken naar Patrick, en ze knikten. Ze dachten na. Ik zag het. Ja,’ zei zoon uiteindelijk, ‘dat klopt, maar dit is de werkhouding van ná de lunch.’ Ik lachte. Na de lunch? Is de werkhouding tot het middaguur dan anders? Ik vroeg om nadere uitleg. ‘Nou,’ ging hij verder, ‘vóór de lunch staken ze.’

Zestienjarigen pikken kennelijk meer op dan hun solitaire leven op hun slaapkamer doet vermoeden en vrezen. Mijn lessen over Frankrijk hebben ze in ieder geval niet nodig.

Ruben Korfmaker.


Auteur

Redactie