COLUMN | Muntje

Bolsward

Mijn eerste concert ooit was dat van Mud, ergens halverwege de jaren ‘70 in het Julianapark in Bolsward. Het was geweldig. De statische mannen die de muren van mijn slaapkamer bedekten, stonden ineens levend voor me. Dynamite en Tigerfeet. Ik genoot als een cyperse poes in het eerste lentezonnetje. Maar de vreugde duurde slechts vijfenveertig minuten. Toen was de band alweer vertrokken, mij in diepe teleurstelling achterlatend. Hadden ze te weinig repertoire om anderhalf uur te vullen? Hadden ze geen zin meer? Ik heb het nooit geweten. Tot nu. Na veertig jaar is het raadsel ontrafeld.

Stel, je zit in de organisatie van het Heamielfeest in Bolsward. Omdat het in Bolsward door het jaar heen een dooie boel is, moet je alles uit de kast trekken om de jongeren tot het volgende Heamielfeest tevreden te stellen. Er moet een top-act worden gecontracteerd. Laten we zeggen Di-rect. In de wijde omgeving wordt de sensatie uit Den Haag aangekondigd. Spike en zijn mannen zullen de kroon op juni worden. Prachtig! De tickets zijn ruim aan de man gebracht, het weer kon beter, maar er is bier en ja, daar zijn ze. In het echt. En ze spelen geweldig. Maar na een klein uur is het over. Te weinig repertoire? Geen zin? Nee! De stroom was op. Dat kan kennelijk in Bolsward. In het Julianapark staat nog een automaat waar je muntjes in moet gooien. Net als bij Mud. Per optreden drie muntjes van een kwartier. De jongens uit Den Haag hebben weer een mooi verhaal voor op verjaardagen. Over boeren in de provincie. Maar het kan me niks schelen, want ik weet eindelijk hoe het zit. Ruben Korfmaker.

Auteur

Redactie