COLUMN | Snor

Bolsward

Het Nederlands wordt sleets. Foute woorden, slechte spelling, onduidelijke afkortingen zijn aan het orde van de dag en een doorn in mijn oog. Onlangs hoorde ik op de radio een discussie over de snorfiets.

Het gesprek werd gedomineerd door mensen die een pesthekel aan een dergelijk machien hadden. De snorfiets had teveel lawaai, stonk en reed in de meeste gevallen veel te hard waardoor fietsers zich bedreigd voelden. Op een gegeven moment meldde zich telefonisch een dame die zonder enige gêne meedeelde dat zij ook een snor had. Een moment ging het door me heen dat dat verschijnsel voornamelijk voorkwam bij vrouwen in het zuiden van Europa, maar al snel relateerde ik de opmerking aan het gespreksonderwerp. Ze bedoelde natuurlijk dat ze een snorfiets had. Geen snor. Mijn gedachten waren ineens niet meer bij de discussie. Met een glimlach besefte ik wat een dergelijke verbastering voor consequenties zou kunnen hebben. Voor mezelf ging ik onwillekeurig na hoe mevrouw de gloednieuwe snor bij haar man introduceerde. Trots snort ze op de aankoop naar huis en met het ding nog tussen haar benen, belt ze aan. Echtgenoot doet open. Ze zegt tegen hem dat ze een snor heeft en echtgenoot bestudeert haar gelaat. Hij zegt dat hij niks ziet. De vrouw wordt boos en zegt: 'ik zit erop!' Waarop de man zegt: 'Dat weet ik, maar dat doe je toch al jaren?' Als hij daarna de snorfiets opmerkt, is het te laat en is het begin van de verwijdering ingetreden. Uiteindelijk zal het huwelijk worden ontbonden door een snor. En incompleet taalgebruik. Zonde.
Ruben Korfmaker.
 

Auteur

Redactie